is toegevoegd aan uw favorieten.

Over gewenning aan vergiften

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sommige deelen van het centrale zenuwstelsel onder den invloed van het chronisch gebruik tot stand gekomen is, zich uitende in een mindere gevoeligheid voor het vergift.

Bovendien vond Rübsamen ongeveer een uur na de inspuiting van morphine in het bloed van gewende dieren een concentratie, die een niet gewend dier zeker ziek zou maken, wat ook weer bewijst, dat naast het vermeerderd vermogen om morphine onwerkzaam te maken een door het gebruik verkregen ongevoeligheid der hersencellen bestaat.

Nadat ik uw aandacht heb gevraagd voor het verschijnsel deiverkregen immuniteit en heb gesproken over de processen, die daarbij een rol spelen, mag ik nog enkele oogenblikken stilstaan bij haar beteekenis voor den geneeskundige. Voor hem is zij van belang met het oog op de juiste keuze der geneesmiddelen — vooral wanneer deze langen tijd aaneen gebruikt zullen moeten worden —, voor de jidste doseering, voor de tijdige wisseling en voor het voorkomen der gewenning.

Voor die artsenijen, waarbij de gewenning niet — althans niet uitsluitend — berust op een geringere opneming, op een spoediger uitscheiding, op een snellere verbranding of ontleding noch op eenig ander proces, waardoor de stof onwerkzaam wordt gemaakt, kunnen wij de voorstelling niet missen, dat bepaalde cellen langzamerhand zwakker gaan reageeren, zonder dat wij het chemisme kennen, dat aan deze mindere gevoeligheid ten grondslag ligt. Deze verandering ontwikkelt zich in de verschillende celgroepen, die het aangrijpingspunt der werking zijn, niet gelijkmatig. Een telkens stijgende dosis b.v. van alcohol of van morphine wordt door sommige centra goed verdragen, maar de centra, die hun oorspronkelijke gevoeligheid hebben behouden, worden door de grootere dosis ziek en verrichten hun functie niet naar behooren, zoodat naast de immuniteit verschijnselen van vergiftiging optreden.

Ten slotte is het voor den arts van groot belang, dat bij sommige vergiften de cellen op den duur niet alleen een grootere hoeveelheid leeren verdragen, maar dat zij het vergift bepaald noodig hebben, zoodat de toevoer een noodzakelijke voorwaarde voor de functie is geworden. De verrichtingen zijn op de aanwezigheid der vreemde stof ingesteld, en het lichaam ondervindt ernstige stoornissen, wanneer dit nieuwe evenwicht plotseling wordt verbroken door weglating van een zoo weikzaam middel. Men heeft liier een voorbeeld van het algemeen biologische