Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertoonen eene levendige moleculair-beweging, waarbij zij niet alleen op en af en heen en weder worden gedreven, maar zich ook slangswijze krommen, zoodat het des te gemakkelijker den schijn krijgen kan, alsof de beweging zelfstandig ware en het gevolg van spontane contractie. Eenige staafjes zijn langer dan de massa der overige, hetgeen vooral bij den kikvorsch dikwijls zeer in het oog loopt; welligt behooren deze tot het voorste gedeelte van het netvlies, waar zij iets meer schuins kannen geplaatst zijn.

Zeer spoedig na den dood beginnen de staafjes te veranderen : eenigen kronkelen zich zeer fijn, zoodat zij , bij eene bepaalde plaatsing van het mikroskoop , uit in rijen vereenigde kogeltjes schijnen te bestaan, even als de gekronkelde spiervezels; anderen krijgen grootere golfvormige bogten (PI. V, fig. 5,ee); nog anderen eindelijk krommen zich slechts in eenvoudige boogvormige lijnen. Daarbij worden de buitenste omtrekken ruwer, en de grootere staafjes der kruipende dieren en visschen verkrijgen digte dwarsstrepen op de oppervlakte. Wordt er water bijgevoegd, dan grijpen deze vormveranderingen snel plaats en zetten zich verder voort; hel eene uiteinde (aan zamenhangende stukjes ziet men, dat het dat uiteinde is, hetwelk naar het glasachtig ligchaam is toegekeerd) buigt zich haakvormig om, en legt zich naauwkeurig tegen het regte gedeelte aan [bbb). liet staaQe ziet er alsdan aan het eene uiteinde knodsvormig opgezwollen uit; allengs rolt het zich meer op en verkrijgt het de gedaante van een kogel, die zijdelings aan een steel schijnt vast te zitten, terwijl zich langzamerhand de kogel ten koste van den steel vergroot. Een stuk van den steel blijft aan de langere staafjes gewoonlijk over; kortere fragmenten worden geheel en al in kogeltjes veranderd. Wanneer er echter terstond eene grootere hoeveelheid zuiver water bijgevoegd wordt, dan rollen zich ook de langere staaljes tot onderscheidene spiraal-omwindingen ineen, die elkander bedekken en eene doorboorde schijf voorstellen, wier centrale opening ligt voor eene kern gehouden wordt. Nagenoeg even zoo dikwijls gebeurt het, dat de staafjes zich knievormig in scherpe hoeken ombuigen , en dat aan de uiteinden, alsmede op de plaats der ombuiging, kogelvormige opzwellingen ontstaan (d).

Niet minder eigendommelijk is de verhouding der staafjes ten

4"

Sluiten