is toegevoegd aan uw favorieten.

Goed en kwaad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n

6.

Den volgenden avond komt Riek in een coupétje naar het atelier van Henk om hem af te halen. Ze stapt niet uit, en de koetsier geeft de boodschap aan de trap af. Henk komt spoedig naar beneden; hij zegt geen vroolijk woord om het samen uitgaan, groet haar koel en gaat naast haar zitten.

Onder het rijden praat Riek luchtig over muziek; ze houdt veel van „Carmen", zegt ze; of hij er ook van hield. Henk beweert, dat hij eigenlijk „Carmen" nog een der weinige goede opera's van het Fransche repertoire vindt; voor hem was er eigenlijk alleen maar Wagner, niets anders. Zijn praten is echter heel matig hierover, want terwijl hij dit zegt, voelt hij, dat Wagner hem eigenlijk niets schelen kan op dit oogenblik. Hij is wat bedrukt. Dien morgen was hij wakker geworden met hetzelfde voornemen, dat hij den vorigen avond had: niet uitgaan met haar; zoo'n vrouw werd een last, moést dit worden, later; het had iets leuks in den aanvang, maar je wende aan dat leuke, waardeerde het niet meer, het verveelde eigenlijk heel spoedig, je bemerkte alleen haar onaangename eigenschappen, welk je eerst niet achtte, heel niet zag, eigenlijk; die maakten ten laatste je weerzin gaande, het leven samen werd onduldbaar: je brak met elkaar.

Hoe langer zoo'n verhouding duurde, hoe dwazer het was, want wérken deed je al dien tijd niet. En hij had zich nog eens ernstig zijn theorie voorgehouden: plezier maken öf

116

m