is toegevoegd aan je favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het station van den stoomtram naar Bergen-op-Zoom gingen. Een gedienstig conducteur noemde een dorp waar nog een weinig vluchtelingen waren, liet hen instappen bij twee bejaarde vrouwen die daar ook nachtverblijf hoopten te vinden.

Terwijl de puffende stoomtram in den valavond dooiden Polder trok, peinsden zij aan hun geluk zoo goed ontkomen te zijn. Onder het druilend lamplicht zaten voor hen de twee vrouwen en prevelden gebeden. Na een tocht van een uur waren zij ter bestemming.

Zij stonden met hun vieren in een dorpsstraat, en keken hulpeloos het treintje na, dat toetend afreed.

Maar een vriendelij k-zalvende stem sprak hen toe met woorden van troost en opbeuring. Geen moed verliezen. God zorgt voor zijn kinderen, ze moesten maar meegaan, uitrusten, en morgen kwam een nieuwe dag en bracht ook wel uitkomst.

De vier vluchtelingen gingen met den geestelijke door de eenzame straat, weifelend verlicht door lantaarns en winkelkasten. Zij stonden weldra op het wit en blauw plaveisel van den huisgang der pastorie, volgden den pastoor in de huiskamer. Eten wou men niet meer, maar een kop thee moest men drinken en dan maar vlug naar bed! Denk eens na, de menschen hadden den vorigen nacht in open veld doorgebracht.

De pastoor ging zijn gasten voor op het zachte traptapijt. Op het portaal stond hij stil, wenschte goedennacht. trok een deur open.

Gaat u beiden alvast hier maar binnen, zei hij tot Marie en den coiffeur, en voor zij tot bezinning kwamen was de deur achter hen gesloten.

's Anderendaags verschenen zij de laatsten aan de koffietafel. Vroolijk verwelkomde hen de argelooze pastoor.