is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoold, bespraken de brandende kwesties van viering en vertrek, tot de klok hen binnenriep voor het middageten, 's Namiddags naaiden ze zakken, grove graanzakken, voor eenen makelaar van de stad, of doorliepen de naburige kwartieren om een onderkomen te vinden. Soms waren zij met enkelen in t Sneeuwbal/eken bijeen, waar, onder het drinken van een borreltje «zoet», men babbelde over «paleeren» tot de avond kwam. Nooit, sinds hun geheugenis, was men zoo eensgezind geweest; 't was alsof het afscheid hen verteederde ; men vergat zelfs het kwaadspreken, het beknibbelen van gebaren en vreemden. De mannen, ook door die vreemde gewaarwording opgewekt, in plaats van, zooals vroeger, met andere werkgezellen de kaberdoeskens van 't Schipperskwartier en der dokken te bezoeken, in elk kapelleken een kaarsken te branden, — dat heet hunne borrels, hunne dikkoppen drinken, — zaten nu gezellig bijeen in het herbergsken; speelden er met de kaarten en dronken er menig glas op het naderend aischeid. Als de kinderen die heel den langen dag verhuizen gespeeld hadden, moe van tieren en zingen, slapen waren, trokken de wijven er ook heen, dronken er hun glaasje «zoet», te zamen koutend,