is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de blik is voor 't Oosten, waar broeit de dag In een blozend, lichtgrijzend verwachten,

Ginder ver, achter 't golven dier groene zee,

Waar nog schuilen de geesten der nachten.

Daar gespt hij zijn harnas en maakt zich gereed En grijpt naar zijn gouden rossen,

De ridder, wiens vlag is het morgenlicht,

Die hij zwaaien zal over de bosschen.

En de vogels, ze weten 't en stemmen hun lied. 'k Hoor alom reeds hun lijzig gekwetter.

Ze wachten het sein, dat zijn intreê verkondt Met een eerste gouden geschetter.

Kom, niet langer gedraald. Keer naar mij uwen mond, In 't bereik mijner dorstige lippen.

En geef me den kus nu, den morgenkus Die 't begin van den dag aan zal stippen.

En kijk nu: 't is alles herschapen rondom.

Te paard steeg de zonneridder.

Daar is hij! ik zie in uw oogen zijn beeld,

Dóór een vochtig en glorend gesidder.

Word heel wakker: uw droom gaat al wakende voort, Nu die straal u bezielend kwam raken.

Zie: 't staat alles in laai; maar de schaduw zal Onder 't groen nog wel schuilplaatsen maken.

leder floers wordt gelicht met de gouden lans;

En de feeën, heur sleep in de handen,

Vluchten heen door het woud en bestrooien in 't wild Met hun parels de struiken en zanden.