is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan, hoor! Rij maar op !" Met een zucht van verlichting stapte hij weer in zijn koetsje. Maar de koetsier had er nog maar half vrede mee. „Ja mijnheer, ziet u, als mijnheer in 't zuideind moet zijn, dan rijdt mijnheer 'n heel stuk om, want Giethoorn is wel twee uur lang." ,,'t Komt er niet op an! Vooruit maar!" De koetsier voelde zich nu van alle verantwoordelijkheid bevrijd, hij klom snel op den bok en reed zoo luchtig mogelijk den dijk verder op naar 't noordeind. Een klein half uurtje verder hield hij evenwel weer halt ofschoon nog nergens een huis te zien was. „Je wilt toch niet zeggen, dat we er nu zijn?" vroeg de Burgemeester. „Nee mijnheer, ik wou u alleen maar zeggen, dat daar ginder de Dwarsgracht ligt," antwoordde de koetsier en hij wees nu links af over de rietvelden. „En wat zou dat? Ik moet toch in Giethoorn zijn." „Ja mijnheer, maar de Dwarsgracht, dat is ook Giethoorn, ziet u en ik wou 't u maar zeggen omdat u niet weet waar u wezen moet." „Nee, niet op de Dwarsgracht," verzekerde de burgemeester op stelligen toon. „Noord- of Zuideind dat kan wel, maar Dwarsgracht niet. Buitendien hoe kom je daar? Moet je soms eerst over deze vaart springen en dan door het riet loopen ?" „Nee mijnheer!" zei de koetsier lachend, „kijk, aan den overkant is een draaivonder. Hij nam een ketting op uit het gras en trok er aan. Deze ketting liep over den bodem der vaart en was met het andere eind aan het vonder op