is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zou dus klein Venetië zijn,'' zei de burgemeester ongeloovig. Hij nam zijn gemakkelijke houding weer aan en de koetsier begreep, dat hij nu wel een poosje zwijgen kon; zonder verder oponthoud bereikten ze het Noordeinde. „Daar zijn we d'r, mijnheer! Nu kunt u nog wel verder naar „de Vliegerstaart,", dat is't noordelijkste puntje van Giethoorn, maar dat is nog wel een half uur verder en 't is beter, dat mijnheer eerst maar eens vraagt in 't dorp." Mijnheer stapte nog eens uit en gaf een ruime fooi, waarvoor de koetsier herhaaldelijk dankend boog. „Dank u wel, mijnheer! dank u wel! ziet u, u bent hier nu net tusschen het Noorden 't Zuidend in. U loopt dit pad maar op, dan komt u in „de Middelbuurt" en daar zullen ze u wel zeggen welken kant u op moet, want in Giethoorn, mijnheer, daar kennen ze mekaar allemaal. En als mijnheer weer naar Berlijn terug gaat, dan hoop ik, dat ik mijnheer mag rijden. Dank u wel, mijnheer! dag mijnheer!''

Opgewekt stapte burgemeester Degenstein het aangewezen pad op. Het weer was goed; een wandeling na den langen rit was hem niet onaangenaam. Nog slechts enkele minuten had hij geloopen, toen hij een oude vrouw ontmoette. „Kun je mij ook zeggen waar Geert Kollen woont?" vroeg hij. Het vrouwtje keek hem op merkzaam aan. „Geert Kollen? Moet ie bij Geert Kollen wezen? Bij Geert mit Stiene?" „Nee, bij Geert Kollen." D'r is in Gieteren gien aandere Geert Kollen as Geert van