is toegevoegd aan uw favorieten.

Noord-Hollandsche menschen en dingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond hebben, nu, voorzoover dat mogelijk is, mijnheer herschept in zijn boonenkoopman en mevrouw verandert in haar palingboer. En wat hun overblijft van hun gewone dagelijksche wezen, dat houden zij slechts huns ondanks daarvan over. En tot hun leedwezen ook! Zij hebben nu immers een uitnoodiging aangenomen, om een dagje bij den buitenboer door te brengen. Het zal dien goeden buitenlieden zulk een genoegen geven en hen zoo op hun gemak zetten, te zien, dat hun stadsgasten toch eigenlijk net menschen zijn zooals zij.

En dat zijn dan ook allerliefste gevoelens in de stadsfamilie op weg ten bezoek aan den buitenboer. Alleen slechts gevoelens van een volstrekte overbodigheid! De rustige Noord-Hollander benevens zijn vrouw en zijn kroost, die in hun deurpost naar de verwachte stadsvisite staan uit te zien, hebben er niet de minste behoefte aan, op hun gemak te worden gezet. Hun plattelands-hart klopt zoo regelmatig-vredig in hun boezem als slechts mogelijk is, wanneer het druk doende gezelschap zichtbaar wordt in de bocht van den weg. En als de Amsterdammers, bij de herkenning van hun gastlieden, uit de verte met de zakdoeken gaan zwaaien, knijpt de baas doodkalm even in de klep van zijn pet. En als zij, naderbij gekomen, allen beginnen te joelen: „Daar zijn wij, daar zijn wij!" denkt de vrouw niet anders in zichzelf dan: dat zien wij immers wel. En wanneer mevrouw, de beide handen vooruitgestoken, uitroept.