is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoonheid met nog altijd zin voor jeugdigen opschik, vertoonde zich bij hooge uitzonderingen, deels uit tact, deels vanwege haar smoezelig ochtendtoilet en lichamelijke onvolledigheid. Maar haar zeer hoorbare bedrijvigheid in de nabije keuken was 'n waarschuwend herinneren aan haar naaste aanwezigheid en haar gerammel met potten en pannen werd buitengewoon nadrukkelijk, wanneer zij om de een of andere reden in het kamertje moest wezen. Wat voor Jacob het welbegrepen sein voor den aftocht was.

Al lieten de oudelui hun dochter dus alle vrijheid en leken ze naïf van vertrouwen ten opzichte van het gebruik, dat hun Sofietje er van maakte, door 'n zekeren familiairen toon, 'n vrije manier van omgang als tusschen in-stand-gelijken, welke ze zich tegenover den jongen Leyter veroorloofden, lieten ze voldoende blijken, dat ze volkomen op de hoogte waren van z'n belangstelling voor hun eenig kind en z'n trouwe morgenbezoeken. In den beginne had het Jacob wel gehinderd, dit jovialerige, soms brutaal-vertrouwelijke gedoe, doch gauw was hij er aan gewend, had zich terwille van de dochter er in geschikt, deed nu ironischgemoedelijk terug. Trouwens, met de moeder, van wie hij 'n viezigen afkeer had, kwam hij weinig in aanraking — hij had er 'n soort bedrevenheid in gekregen om ze te ontloopen of tenminste beminnelijk af te poeieren — en den ouwen Kellenaars vond hij om z'n pochen en de gepeperde verhalen van z'n gauwdieverijen dikwijls bizonder vermakelijk; hij hield er daarom wel van hem aan 't praten te brengen om hem met zwaarwichtige belangstelling en grappige vleierij zoo'n beetje er tusschen te nemen. Wat echter ook weer voet gaf aan Kellenaars' opdringerige familiariteit.

Maar op 'n fel-guts-buiïgen regenmorgen, — het was kort, slechts enkele dagen na den bewusten avond — dat Jacob als schuilend het cafétje binnenstapte, vond hij, inplaats van Sofietje, den vader doezig lummelen bij het buffet en de onverwachte en ongewone aanwezigheid van Kellenaars gaf hem terstond 'n vage, door schuldbesef gewekte onrust, 'n onverklaarbaar voorgevoel van het naderend eind der amourette, na 'n eenigszins pijnlijk onderhoud met den verklaring I. 12