is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem sentimenteel vond. En wat korzelig verdedigde hij zich. Nou ja, als je elkaar in zooveel tijd niet had gezien ... 't bleef toch altijd z'n broer niet waar ... ?

De dag voor het trouwen, ofschoon er toen in huis nog veel te doen en te bedisselen viel, waarbij Henriet z'n hulp noodig had, ging hij ze persoonlijk afhalen, Arnold en Cor. En ja, even had het toch weer 'n desillusie gegeven, dat wederzien. Er was al dadelijk iets geneerends in de luidruchtige hartelijkheid van de twee Brabanders en ook voorzag Herman, dat het kleurige costuum van z'n schoonzuster — 'n hoed en 'n japon met veel paars, vlammend tegen het opdrachtig-roode gezicht van de gezette dame en veel geschitter van goud en brillanten — heftig becritiseerd zou worden door de élite onder z'n gasten, de Rotterdamsche Leyters met hun scherpe tongen. En weer meer leek Arnold verboerd. Hoe was dat toch Gods-mogelijk, schoot het door Hermans hoofd, terwijl hij zich Arnold herinnerde als student. .. dat er uit het fattig heerschap van toen zoo'n echte buitenman had kunnen groeien. Doch hij drong die indrukken weg uit z'n denken, 't Klonk alles zoo welgemeend wat ze zeien en hij lachte maar mee, toen Cor, schetterig, dat het weerklonk in den tunnel van het station, meewarig constateerde, dat Manus er niet dikker op was geworden."

En hij moest onderweg naar huis wel erkennen, dat de gemoedelijke gulhartigheid van z'n schoonzuster, bij wie alles, wat ze zei, zoo welgemeend klonk, zoo eerlijk en zoo levenslustig, toch weer 'n heel eigen charme had.

Zoo viel de ontvangst door de huisgenooten ook mee. Henriet had er wel weer tegen opgezien bij al de drukte nog logés te moeten hebben voor 'n paar dagen en Jacob was onuitputtelijk in grappen op tante Cornelia geweest; Suus had dedaigneus gezwegen; maar nu ze er waren, de oom en tante van benee den Moerdijk, voelden ze zich allen aangestoken door hun zuidelijk-luidruchtige vroolijkheid. Het gaf aan tafel dien middag 'n uitbundig gelach om Arnolds verhalen, herinneringen uit z'n jongens- en studenten-tijd, waarbij hij verschillende menschen, die ter sprake kwamen, kostelijk wist te imiteeren. En hij was onuitputtelijk; Henriet kreeg er pijn van in haar lachspieren; ze moest telkens