is toegevoegd aan uw favorieten.

Oude glossen en hun beteekenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mengestellt sein und sich dort vererbt haben; es kann von der Reichenau (Mutterkloster von Altaich), von S' Gallen herübergekommen sein » (i). Dit is « bedürfnis-litteratur, wenn man sie so nennen darf » (2).

Deze serie schijnt weinig in Duitschland voor te komen; de meeste daar zijn van anderen oorsprong.

(1) G. Baist in Zeitschrift f. Romanische Philologie, XXVI (1902), p. 107.

't Heeft deze volgorde : I mensch, II huisdieren, III huis, IV kleeding, V gereedschap, vaatwerk, werktuigen, VI naam-, werkwoorden, bijv. nw. en bijw., rededeelen, VII zinbouw en spreekoefeningen; in VI zijn ook bijvoegingen bij IV en V.

Volgens Henning, S' Galler Sprachdenkmaler, 8-10, 26, zijn ze verwant min of meer aan Isidorus. Zie hierna, blz. 62.

(2) Vgl. J. Kellk, Geschïchte d. Deutschen Litteratur, I (1892), S. 46.

Dergelijke practische opteekeningen, in hun geheel, zijn er ook over; zonder glossen. Daarbij hoort het eene Baselsche recept, dat tegen de koorts, naar 't schijnt; 't eerst in 't Latijn, en daarnaar vrij bewerkt in 't Hoogduitsch opgeteekend. Verg. Hofmann in Sitzungsberichte der Köttigl. Bayerischen Akademie, 1870, I, 511, 524.