Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amendemen- De afgevaardigde van de afdeeling Zuid-Hollandsche Eilanden, te" vfn de de heer Fl. Hers:

ataeelingen

Enschede, Mijnheer de voorzitter! Ik trek het amendement in.

s-Hcrtogen- Qe voorzitter:

bosch en U.

en Zuid-Holl. Wij hebben nu nog de amendementen van het hoofdbestuur te ^etrokkelT' bespreken en zullen daarna nog enkele maatregelen van het bestuur der centrale organisatie behandelen. Mag ik vragen of iemand het woord over het eerste amendement van het hoofdbestuur verlangt?

De afgevaardigde van de afdeeling Rotterdam en O., de heer B. C. Van der Nagel:

Mijnheer de voorzitter! Ik lees hierin: „Is hij als apotheekhoudend geneeskundige aan een ziekenfonds verbonden, dan betaalt hij na 1 Juli 1914 1V2 enz." Wij betalen al met 1 Januari. Waaromhebben die heeren een half jaar cadeau?

De voorzitter:

Omdat zii van af 1 Januari 1914 tot nu toe al 1 pCt. betaald hebben volgens besluit van het vorig jaar. Kunnen de heeren zich met het amendement vereenigen? Zoo ja, dan is het aangenomen en komt aan de orde het tweede amendement, dat betrekking heeft op de vrijwillige bijdrage.

De heer A. Keesing (Amsterdam):

Mijnheer de voorzitter ! Ik wil hier even een ernstig punt in het debat brengen. Dit amendement is in de afdeeling Amsterdam wel niet als zoodanig ter sprake gebracht, maar het beginsel, dat door het amendement wordt aangegeven, is toch ruim en breed in de afdeeling besproken geworden. Ik heb daarbij in de vergadering van mijn afdeeling gezegd dat het een wensch moet zijn van ieder lid der maatschappij, dat de centrale organisatie zoo krachtig mogelijk worde. Ik heb opgemerkt dat die leden, die geen ziekenfondspraktijk hebben, toch profiteeren van de centrale organisatie. Want wanneer wij onzen eisch omtrent de weistandsgrens zullen doorvoeren, zal een aantal ziekenfondspatiënten in de toekomst particuliere patiënten worden. De geneesheeren, die de kans zullen krijgen hun particuliere praktijk te zien vermeerderen, omdat patiënten aan de fondspraktijk zullen onttrokken worden, profiteeren dus ook van de maatregelen, die wij hier treffen. Het is zeer billijk dat ook zij bijdragen aan de kas van de centrale organisatie en een kleinigheid van hun voordeelen afstaan aan hun organisatie. Het had mij groot genoegen gedaan indien één der afdeelingen er op had gewezen dat het een ethisch beginsel was, zelfs indien de heeren er niet van profiteerden, toch te helpen om de maatschappij te versterken. Ik heb bij een vorige gelegenheid gezegd dat de kracht van onze organisatie als vakvereeniging afhangt van het geld. Ieder lid moet helpen en medewerken die geldkwestie

Sluiten