is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgerichte heesters of sukkulenten. Alle Apocynaceeën bevatten melksap. De bladeren zijn enkelvoudig, meestal tegenovergesteld. De bloemen staan meestal in rijkbloemige pluimen, die uit gevorkte of ongevorkte bijschermen zijn samengesteld.

De bloemen zijn tweeslachtig, regelmatig, de kelk meestal diep vijfdeelig (bij uitzondering vierdeelig), met dakpansgewijze dekkende lobben. De vergroeidbladige bloemkroon is meestal trechter- of trompetvormig, zelden klok-, rad- of urnvormig, van binnen meestal min of meer behaard en meestal tevens van schubben voorzien. De vijf of (vier) bloemkroonslippen zijn gewoonlijk in den knop gedraaid en dekken dakpansgewijze, bij uitzondering sluiten zij klepsgewijze aaneen. Er zijn vijf (of vier) meeldraden, die meestal in de buis van de bloemkroon zijn ingeplant, de helmdraden zijn gewoonlijk kort, de helmknoppen onderling niet vergroeid, maar dikwijls rondom den stempel tot een hollen kegel aaneen gesloten en daaraan vastgekleefd of door een uitsteeksel van het helmbindsel verbonden. Het stuifmeel is korrelig.

Het vruchtbeginsel is bovenstandig en bestaat uit twee vruchtbladen (bij uitzondering meer), die vrij of vergroeid zijn, de stijl is onverdeeld of aan de basis gespleten met één, meestal tweelobbigen stempel.

Het aantal eitjes in het vruchtbeginsel is zeer verschillend, de vrucht is soms onverdeeld, niet openspringend, bes- of steenvruchtachtig, meestal echter is de vrucht tweevoudig, waarbij dan de twee samenstellende vruchten steenvrucht-, bes-, koker-, of doosvruchtachtig kunnen zijn. Somtijds ontwikkelt zich echter van een dergelijke tweevoudige vrucht slechts een der helften. De zaden zijn soms gevleugeld of met een haarkuif voorzien. Vele Apocynaceeën zijn zeer vergiftig, bijna alle zijn verdacht, sommige zijn als sierplanten in kuituur, verscheidene leveren caoutchouc.

Vermelding van deze familie verdienen:

Allamanda cathartica, die als sierplant uit Zuid-Amerika is ingevoerd en dikwijls in onze tuinen wordt gekweekt. De plant is reeds besproken op bl. 30.

Loclinera rosea, onder den naam Vin ca zeer algemeen als sierplant in onze tuinen gekweekt, reeds besproken op bl. 29. Beaumontia multiflora, een hoogklimmende houtige heester, met groote, witte klokvormige bloemen, die in Ned.-Indië in het wild voorkomt en dikwijls als sierplant wordt gekweekt.