is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek over het alcoolisme voor lager en middelbaar onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geestige volksdichter Theodoor Van Ryswyck (1811 1849) heet de sterke dranken

De Duivel op Flesschen (l)

Hij steeg in haast naar 't aardrijk op,

En kwam, zijn plannen in den kop,

Naar 't handeldrijvend Londen;

Daar had hij van zijn helsch recept Maar nauw een woord of twee gerept,

Of 't werd patent gevonden.

Dat is geen wonder: 't Engelsch vee Spant dra met hel en duivel meê Om zijne beurs te spekken:

« Aan ons het geld, de heerschappij,

AI leed er gansch het menschdom bij! »

Is 't stelsel van de Djekken.

Schoon de opium op China's grond Verderf en dood verspreidt in 't rond,

Wat kan John-Bull dat raken?

Of men in China sterft of leeft,

Hij zal, zoolang 't millioenen geeft,

Den invoer nimmer staken.

Dit noemt men nog al excentriek!

Dan, 't allereerste ginfabriek "Was ook op Englands kusten.

En 't blijkt, tot staving van mijn reên,

Dat de Engelschen, in 't algemeen,

Een stijven borrel lusten.

Door hen werd de jeneverpest Al ras aan Nederlands gewest Als groote gunst geschonken.

En sedert wordt dit doodend nat,

Dat niets dan duivelen bevat,

De wereld door gedronken.

(ï) Wij hebben er aan gehouden dit gedicht hier neêr te schrijven, zooals het uit de snedige pen van Van Ryswyck vloeide, en geenszins zooals het in de « verbeterde » werken van dezen dichter voorkomt; alleen is voor het gemak van den lezer de oude spelling door de nieuwe vervangen.