is toegevoegd aan uw favorieten.

Broederschap met noodlijdenden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Terwijl «Niemands kindje» vreedzaam sliep in haar wiegje in het Reddhigs» huis, werden allerlei bijzondere inlichtingen omtrent deze familie ingewonnen en wederkeerig omtrent haar gegeven.

«Het Armbestuur werd er mede in kennis gesteld en geraadpleegd, en toen alles beslist was, gevoelden wij, dat God Zelf, de Vader der vaderloozen, dit goede tehuis en deze liefhebbende ouders beschikt had, zoodat de lieve kleine niet langer «Niemands kindje» zoude zijn, doch bemind en verzorgd door degenen, die haar beschouwden en rekenden als hun eigen.

«Tranen vulden de oogen dezer goede lieden, toen zij het kleine, hulpelooze, zich van niets bewuste kindje in ontvangst namen, hetwelk zij beschouwden als hun gezonden door den Heer Zelt.

«Een lief, klein bedje, een kinderwagen en andere blijken van liefde door deze menschen voor haar bereid, wachtten haar in ruil voor het koude rijtuig, waarin zij voor het laatst haar moeders warmen arm gevoeld had.

Meer dan een jaar is sinds den dag voorbij gegaan, dat de BarmhartigheidsOfficieren, — dezelfden die Dina opnamen, — op hun eigen verzoek de kleine naar haar nieuw en vriendelijk tehuis brachten. Het kindje is wel en voordeelig opgegroeid en deze lieve menschen zijn vol van de vreugde, die zij in hun huis bracht. Zij kunnen ons niet genoeg danken, dat wij het middel in Gods hand zijn geweest om hun zulk een schat te bezorgen.»

Het aantal meisjes door onze Reddingshuizen gegaan gedurende het afgeloopen jaar bedroeg 95, waarvan 37 in betrekkingen zijn geplaatst, 12 naar hunne familie zijn teruggekeerd en 5 om verschillende redenen naar andere inrichtingen overgeplaatst zijn geworden. Thans zijn er 27 meisjes in de 2 Reddingshuizen.

Gedurende het afgeloopen jaar zijn 22 kinderen onder onze hoede gekomen, waarvan 8 op dit oogenblik geplaatst zijn in het Kinderhuis te Ermeloo, dat gedurende dit jaar gesticht is geworden. Dit huis staat onder bevel van Ensigne Knuttel.