is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Bethel-boek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

» Sedert langen tijd gevoelde ik, dat ik tot dezen » gewichtigen stap moest komen. Ik deinsde er voor terug, » vooral omdat ik weet, dat het voor de leden van mijn " kerkeraad, die goede en belangstellende vrienden, een » bron van veel bezwaren zou worden. Ik ontzag hen, » had medelijden met hen en draalde.

" Toch kon ik niet blijven dralen, en ik moest mijn gedachten openbaren.

" Mijn arbeid in Brussel is zóó toegenomen, door de » VI. Opl. school en de Stadsevangelisatie, dat ik dien " onmogelijk kan blijven voortzetten, zonder als herder " der gemeente de belangen van de leden mijner kerk te " benadeelen. Het een lijdt nu door het ander. Ik moet » óf predikant zijn óf evangelist. Wat te doen ?

»De evangelisatie loslaten ? Ik kan niet, ik durf » niet. De Heer heeft ze mij opgelegd. Ik heb ze niet " begeerd, nooit gezocht, ze is tegen mijn begeerte en » verwachting onder mijn leiding gekomen en uitgebreid. « Hoe wonderlijk heeft God alles gemaakt!

» De kerkelijke toestanden staan mij tegen. Hoe meer » ik de eenvoudigheid van het apostolisch Evangelie leer »verstaan, hoe meer ik zie dat in de kerken allerlei " machten de werking van den H. Geest tegenstaan. En » och, de leden der kerken, d.i. bestuurders der kerken, " ze willen het liefst in den geesteloozen toestand voort» gaan ! Wat is er weinig liefde en weinig gevoel van " verantwoordelijkheid voor de zielen der menschen, die " in de duisternis van Rome voortleven !

» Nu heeft de Heer in zijn eindelooze barmhartigheid » mij, onwaardige en onbekwame, de eer en het voor» recht geschonken, om in dit vreemde land eenigszins " tot een licht te zijn. Zielen van menschen zijn door mijn " arbeid getrokken uit de duisternis. De Heer heeft mij