is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omstreeks September 1913 verkreeg de Directie in den vischvijver als resultaat van haar arbeid de aanwijzing, dat zich aldaar een groote hoeveelheid vrij goed zand bevond en trachtte diensvolgens de aannemer met zijn baggerwerktuig dat emplacement te bereiken, daar de vischvijver slechts bereikt kon worden na het doorsnijden van een breed voorland waarin de G.-G. Idenburg een voor haar bruikbaar kanaal had te baggeren.

De intredende westmoesson maakte een einde aan dat pogen, het reeds gemaakte kanaal slibde nagenoeg vol, zoodat de geschetste poging eerst in December 1913, toen de weeromstandigheden gunstiger waren, herhaald kon worden.

Bij ons bezoek ter plaatse trof onze Commissie'de G.-G. Idenburg aldaar werkende aan, maar had deze toen nog niet het kanaal tot het eigenlijke vischvijver-terrein kunnen voltooien.

Ondanks het feit dat het opgebaggerde zand fijner was dan de geaardheid van het oppervlaktezand op de plaat in den noordelijken Goamond, dat in het boringstelegram van 26 April 1911 bedoeld werd en welk zand onze Commissie eveneens ter plaatse liet opduiken, leverde die fijnere samenstelling (mits zij niet beneden zekere grenzen ging en niet te veel met slib en kleibonken vermengd) geen bezwaar voor de G.-G. Idenburg om in betrekkelijk korten tijd (de gegarandeerde capaciteit naderende) verwerkt te worden. Op deze wijze is dus onweerlegbaar het bewijs geleyerd dat het door den aannemer bij de werf Conhad bestelde baggervaartuig volkomen in staat ware geweest den verlangden arbeid te leveren indien de opgaven van het voor de inschrijving verstrekte boringsbericht juist waren geweest, zoowel wat de geaardheid als de diepteligging van het zand betreft.

In dit opzicht kan den aannemer geenerlei verwijt treffen.

Het spreekt van zelf dat toen eenmaal de onjuistheid van de officieele boormededeeling gebleken was, de aannemer zooals reeds aangestipt werd, mede overwoog of niet het gebruik van een meer gewoon werktuig, als een eenvoudige baggermachine, in deze omstandigheden raadzaam ware. In het algemeen brengen de emmerbaggermolens al het materiaal op dat zich voor den ladder bevindt, onafhankelijk van de fijnheid van het zand of van de aanwezigheid van slib, terwijl zij door den gebruikelijken minderen diepgang bij aanwezigheid van dunnere bovenlagen goed zand, deze gemakkelijker kunnen afnemen; waar tegenover de G.-G. Idenburg zich zelf een geul moet baggeren van circa 6.5 M. diepte om vooruit te komen, maar tegenover de emmerbaggermolens het voordeel heeft dat zij in of nabij de open zee werkzaam kan blijven, waar de andere werktuigen wegens stampen moeten uitvallen.

Achteraf beschouwd, nu buiten de schuld van den aannemer het zand niet van samenstelling was zooals hij gegronde reden had te mogen verwachten, was misschien het directe gebruik van een emmerbaggermolen practischer geweest, maar vóór het werk staande was, in zijne positie, de aanschaffing van de G.-G. Idenburg met de speciale inrichtingen en groote capaciteit, tevens dienst doende voor het transport van het zand, zeer zeker verantwoord.

Inmiddels werd in verband met de ondervonden teleurstellingen een emmerbaggermolen (met bijbehoorende sleepbooten, enz.) in Holland besteld, de „Madjoe", die echter in de Noordzee door averij beloopen, thans met het oog op den aanstaanden slechten moesson in den Indischen Oceaan niet voor het najaar 1914 te Makasser kan arriveeren en dan een, voor het onderhavige werk wel is waar niet onmiddellijk noodzakelijke, maar toch zeer welkome aanvulling zal vormen van de G.-G. Idenburg, indien de laatste hetzij door breuk van onderdeelen dan wel voor normaal onderhoud stil zal moeten liggen.

Volledigheidshalve kan hieraan toegevoegd worden dat de aannemer om het onderhanden zijnde werk zoo krachtig mogelijk te kunnen voltooien, nog dezer dagen een flinke baggermachine uit China gehuurd heeft, welke medio Juli te Makasser kan aankomen en in gebruik worden genomen.

De aanschaffing door den aannemer van een zoodanigen baggermolen en de G.-G. Idenburg beide tegelijk vóór de uitvoering der werkzaamheden te Makassar, zoude redelijkerwijze bij den betrekkelijk geringen omvang van het geheele werk niet gevergd kunnen worden. Reeds nu was met de G--G. Idenburg, den zuiger Makassar, de bijbehoorende sleepbooten en werkvaartuigen ongeveer de helft van de aannemingssom in materieel vastgelegd.