is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onze Commissie acht zich ontslagen van eene beschrijving dier bezwaren na de uitvoerige uiteenzetting in de bekende nota's van de aanneemster, welke door den betrokken Hoofdingenieur in ons bijzijn niet weersproken werden.

Volstaan zij derhalve .met de mededeeling dat het eindelijk in Juni 1913 na nogmaals ■ herhaalde pogingen aan den hoofduitvoerder der aanneemster, L. de Neef, als bij toeval gelukken mocht bruikbaar zand te vinden, tegen den in het bestek genoemden eenheidsprijs, op particulier terrein bij Kali-Woengoe, welke vindplaats als zoodanig bij de Directie te Semarang onbekend was, en welke ongeveer 4.5 K. M. verwijderd is van de vroeger aangeduide plek bij Djarakka l.)

5. Verrekening caissons. Een derde belangrijke post in de claim-rekening betreft de caissons in gewapend-beton, waarvoor de aanneemster een grooter aantal kubieke meters geleverd heeft dan omschreven werd en bovendien den eenheidsprijs verhoogd wenscht te zien van f 55,50 tot f 70,50 per M3.

Gaat onze Commissie met de meerdere hoeveelheden accoord, omdat de caissonbouw niet a forfait geschiedde, zooals de Directeur der Burgerlijke Openbare Werken beweert, maar volgens in het bestek omschreven maten, welke later in het belang van het werk werden veranderd; daartegenover kan onze Commissie den eenheidsprijs, welke tusschen aanneemster en Directie in herhaald gemeenschappelijk overleg werd vastgesteld, niet opvoeren tot de gevraagde f 70,50. Bovendien is de hiervan door de aanneemster overgelegde becijfering in hare samenstelling foutief. Voor eene verhooging per Ms. met f2,15 pleit echter het feit dat van grint- en zandprijzen was uitgegaan bij het genoemd onderling overleg,, waarvoor die materialen niet te verkrijgen waren.

De meerdere prijs welke voor het dok ten behoeve van den caissonbouw vervaardigd, gevraagd wordt, is behoudens enkele correcties die gezamenlijk op de totaalsom van geen invloed zijn, over te nemen.

6. Verschillende kleine posten. Ook op enkele andere kleinere posten, waarop om uitvoerige uiteenzettingen te vermijden schriftelijk, hier niet zal worden ingegaan kan een toeslag verstrekt worden. Het extra bedrag dat voor den tegenslag bij het Westelijk Havenhoofd gevraagd wordt, komt onze Commissie niet als voldoende gemotiveerd voor, en is naar haar meening als een gewoon risico te beschouwen.

7. Schade wegens langeren duur van het werk. Een zeer beteekende post in de claim van de aanneemster is de schade geleden door den langeren duur van het werk.

Bovendien is reeds gewezen op de vertraging in de uitvoering gedurende de maanden December 1910 tot begin September 1911, d. z. negen maanden, maar behalve dit oponthoud waarvoor onze Commissie geen voldoende termen voor schadeloosstelling aanwezig vindt is de aanneemster in den geregelden voortgang verhinderd van af 13 October 1913 tot de staking op 14 Maart 1914.

Op eerstgenoemden datum toen de werken goed op gang waren had een ongeval met den caissonkademuur plaats, op de situatie (Bijlage I) met A. aangegeven. Door de onvoldoende diepte der grondverbetering kwam bij aanvulling met zand achter den kademuur de ondergrond in beweging en perste den slappen-bodem onder den muur door, deze gedeeltelijk medenemend, in de haven omhoog.

Het pleit voor het technisch inzicht, van den sinds medio 1911 bij de aanneemster verbonden zeer bekwamen hoofduitvoerder, den heer de Neef, dat deze reeds in Augustus 1912 de mogelijkheid van een zoodanig ongeval had voorzien; waarvan de aanneemster in haar schrijven van 20 Augustus 1912 aan den met het werk belasten Hoofdingenieur kennis had gegeven.

Onze Commissie drukt er hare verbazing over uit, dat niet onmiddellijk na het ongeval op 13 October 1913 de Directie van het werk met de aanneemster en haar uitvoerder overwogen heeft wat verder te doen stond en een nieuw werkplan heeft samengesteld. Ware dit geschied dan zouden zeer waarschijnlijk en de schade door de aanneemster geleden en door de Regeering te vergoeden, geringer zijn gebleven dan thans het geval is en de definitieve gereedkoming der werken bespoedigd zijn. Op dien fatalen datum van 13 October 1913 waren gesteld en met beton gevuld de

i) Typeerend is in dit opzicht dat nu de Directie te Semarang voor de proefnemingen zand noodig heeft, zij zich voorstelt-dit ook te Kali-Woengoe te halen en niet in het dichter bij gelegen Djarakka.