is toegevoegd aan uw favorieten.

Voorschriften ter uitvoering van de ordonnantie tot regeling der heerendiensten in de residentie Banka en onderhoorigheden (Staatsblad 1912, no. 507)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goedkeuring wordt slechts verleend, nadat genoemd Bestuurshoofd . zich overtuigd heeft dat daardoor het maximum jaarlijks vorderbaar aantal dagdiensten der betrokken kampongs niet zal worden overschreden en nadat aangetoond is, dat door onvoorzienen tegenspoed overschrijding van het toegestaan aantal dagdiensten bij het werk onvermijdelijk is of geweest is.

(7) De diensten, waarbij overnachten overmijdelijk is, worden per etmaal als twee dagdiensten in rekening gebracht.

(8) Het staat den heerendienstplichtige vrij, bijaldien hij verhinderd is om persoonlijk zijne beurt te vervullen, zich door een ander tot den arbeid geschikt persoon te doen vervangen, moetende daarvan telkens kennis worden gegeven aan het betrokken hoofd.

Artikel 3.

Vrij stellingen.

(1) Over het al of niet gevestigd zijn van personen, als bedoeld bij artikel 1, § 2, sub f, der ordonnantie, op gronden of in woningen hunner werkgevers, alsmede over het al of niet in vasten dienst zijn van zoodanige personen bij ondernemers van landbouw, handel of hijverheid, beslist, bij verschil van gevoelen, het Hoofd van plaatselijk bestuur.

(2) Bij het verleenen van de vrijstellingen, bedoeld bij artikel 1, § 2, sub h, zal met de vereischte spaarzaamheid worden tewerk gegaan.

Artikel 4.'

Bij de regeling der ingevolge artikel 1, § 3, der ordonnantie te vorderen diensten wordt het volgende in acht genomen:

A. HEBSTEL EN ONDEEHOUD VAN GEOOTE TEANSPOET- EN BINNENWEGEN, VAN DAAEIN GELEGEN BEUGGEN EN DUIKEES, BENEVENS VAN WATEEWEGEN.

I. Landwegen.

(1) Onder de wegen, bedoeld bij artikel 1, § 3,1°, der ordonnantie, worden verstaan die, welke de hoofdplaatsen van het gewest, de afdeelingen (districten) en de onderdistricten onderling verbinden of welke van deze leiden naar belangrijke plaatsen, zoomede andere wegen, waarlangs belangrijke transporten plegen plaats te hebben, een en ander ter beslissing van het Hoofd van gewestelijk bestuur.

(2) Daaronder zijn niet begrepen de wegen, die de gemeenschap tusschen kampongs onderling en tusschen deze en de groote transporten 'binnenwegen vormen, waarvan het onderhoud komt ten laste van de betrokken kampongbewoners; noch ook de wegen van en naar de ondernemingen der Tinwinning en van particulieren, welker herstel en onderhoud geschieden respectievelijk door den dienst der Tinwinning en door de betrokken ondernemers.

(3) Het Hoofd van gewestelijk bestuur bepaalt, welke wegen behooren te worden verhard, zoomede de verhardingsbreedte en eene schaal voor de dikte van de verhardingslaag en voor het getal dagdiensten, benoodigd voor onderhoud en gewoon herstel en voor het verzamelen en vervoeren van verhardingsmateriaal.

(4) Bij het opmaken van die schaal dient rekening te worden gehouden met het verkeer, dat langs iederen weg of ieder weggedeelte plaats heeft en met de afstanden, waarover het verhardingsmateriaal moet worden getransporteerd.

(5) Aan elke kampong wordt door den Afdeelingschef, in overleg met de hoofden, een bepaald wegaandeel aangewezen.

(6) Bij de bepaling van dit aandeel dient rekening te worden gehouden met het getal heerendienstplichtigen in elke kampong, den afstand der kampong tot den weg en de gesteldheid van den weg.

(7) Tenzij buitengewone veranderingen in het aantal heerendienst-