is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de kolonie Suriname

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooroordeelen schenen te wijken en dat men dus de vrijheid kon toestaan, mits de openbare godsdienstoefening beperkt zou blijven tot de stad Paramaribo, de Roomsch Katholieke kerk naar buiten geen ander aanzien zou hebben dan een gewoon burgerhuis, de priesters zich in het openbaar slechts in gewone burgerkleeding zouden vertoonen en geen slaven Roomsch Katholiek zouden worden gedoopt. Onder die beperkende voorwaarden werd de Roomsch Katholieke gegemeente erkend, en in 1785 kwamen twee priesters in de kolonie aan, terwijl twee jaren later de kerk werd ingewijd. In het begin van de 19de eeuw heeft Gouverneur de Frederici de Roomsch Katholieke kerk weder doen sluiten, omdat de gemeente haar verplichting om voor hare armen te zorgen, niet naleefde; de sluiting duurde echter slechts kort. Later zijn de beperkende voorwaarden allen vervallen en de Roomsch Katholieke gemeente heeft zich in de kolonie sterk uitgebreid; zij genoot in 1913 voor traktementen van geestelijken en vergoeding van huishuur f 16.800, dus nog f 800 meer dan de Evangelische Broedergemeente voor haar eeredienst ontvangt.

Zoowel de Protestanten als de Roomsch Katholieken strekken hun zorgen ook uit tot de lijders der melaatschheid. De Protestantsche inrichting voor lepralijders, Bethesda, heeft bijna vijftig zieken opgenomen en de Roomsch Katholieke inrichting, de Gerardus Majella inrichting, ongeveer 120. In het Gouvernementgesticht „Groot Chatillon" worden 120 tot 140 zieken verpleegd.

Het is zeer droevig, dat de ziekte der melaatschheid, waarvan de besmetting zoozeer gevreesd wordt, in de kolonie nog zooveel voorkomt. De zieken, die eens in een gesticht zijn, moeten in een gesticht blijven. Hoezeer ook studiën worden gemaakt, men heeft helaas nog geen middel ge vonden om de lepra afdoende te bestrijden; genezing komt dan ook niet voor. De voorschriften laten vrijheid om lijders bij zich in huis te verzorgen en te verplegen, maar dan mogen zij nooit buiten 't huis komen. Hij, die zich op de openbare straat vertoont en dien men verdenkt aan de ziekte te lijden, wordt aangehouden en in het hospitaal door een daarvoor aangewezen commissie van geneeskundigen onderzocht. Constateert die commissie de ziekte, dan volgt de onmiddellijke opname in een gesticht.