Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel directen invloed moeten uitoefenen op de besluiten der vorsten en al hun handelingen moeten leiden, als zijnde het eenige middel om de menschelijke instellingen in stand te houden en aan hare onvolmaaktheden tegemoet te komen."

Wel hebben dus, behalve de wijzen hun raad, ook de machtigen der aarde hun goeden wil uitgesproken, maar zoolang als de wil om eerlijk en zedelijk te zijn wordt verlamd door de vrees voor de oneerlijkheid en slechtheid van anderen, is er geen verbetering te verwachten. Welnu, eindelijk spreke dan de massa en eische de eenige radikale oplossing: eerlijkheid en moraliteit, orde en recht voor en tegenover allen: moreele politiek dus in het verkeer der staten. En als eenig radikaal middel om die moreele politiek te verzekeren eische zij de aaneensluiting dier staten, hunne onderwerping aan één recht inzake de algemeen menschelijke belangen. Welke vorst, welke staatsman zal zich tegen beter v eten in verzetten tegen zulk een algemeenen volkseisch, die den vrede voorgoed verzekert? Zeggen zij niet allen dat zij vrede willen en niets dan vrede? Zéggen zij niet allen dat zij er zijn voor het volk en niet omgekeerd? Huichelarij, Macchiavellistische huichelarij, zegt ge? Misschien ten deele nog; maar vergeet niet dat wie eerbied voor een idee huichelt, in zijn hart reeds de hoogere waarde dier idee heeft erkend. Laat de bedrogen massa en laat het sullige intellekt, dat nu het gedweeë werktuig is voor een minderwaardig commercialisme, hen steeds krachtiger te verstaan geven, dat zij zich niet lang meer zullen laten bedriegen en uitbuiten. Misschien dat dan hun huichelarij nog tijdig in oprechtheid omslaat.

Maar bovendien, ook onder de machthebbers, ook onder staatslieden en diplomaten zelf, zijn er goddank mannen genoeg met gezond verstand en ruim menschelijk gevoel. Het zal ook hier wel blijken dat het bederf minder schuilt bij de menschen als zoodanig, dan bij den machinalen sleur waarin zij als staatsorganen werken. Ik geloof dat wanneer de volken hun wil duidelijk en krachtig doen blijken, de regeeringen maar al te gaarne zullen luisteren.

Ik heb misschien in den loop van mijn voordracht enkele dingen gezegd die voor diplomaten minder vleiend klonken, ofschoon zij geenerlei persoonlijke waardeeringen inhielden. Laat ik dit trachten goed te maken door in herinnering te brengen dat het graaf von Caprivi was, de voormalige Duitsche Rijkskanselier, die verklaarde dat „hij het mogelijk achtte dat de nieuw aangebroken eeuw zou trachten alle Europeesche naties te vereenigen tot één bond." en dat in 1897 de Engelsche premier, de markies van Salisbury verkondigde: „de federatie van de Europeesche staten is de kiem van de eenig mogelijke verhouding dier staten onderling, die de beschaving kan behoeden voor de vreeselijke uitwerkingen van den oorlog", en verder „de eenige hoop die wij hebben is, dat de mogendheden er toe gebracht zullen worden met elkaar op vriendschappelijke wijze te onderhandelen over hun geschillen, tot zij tenlaatste ééne internationale regeering vormen, die, als het resultaat van haar groote kracht, een tijdperk van vrijen en bloeienden handel en voortdurenden vrede aan de wereld zal schenken."

Moge het dan deze oorlog zijn, moge het de door dezen oorlog ontwaakte publieke meening zijn, die de regeeringen daartoe brengt. Wat heeft een eind gemaakt aan zooveel barbaarschheid van vroeger tijden, aan menschenoffers, aan gladiatorenspelen, aan inquisitie, aan foltering, aan slavernij? Het geweten van de massa, dat zich in de publieke meening eerst zwak, dan sterker, tenslotte onweerstaanbaar uitsprak. Zoo ga het dan ook nu met deze grootste en meest absurde barbaarschheid, den oorlog.

Mijne toehoorders, wij behooren allen tot de massa en als wij overtuigd zijn van een groote waarheid is het onze plicht haar verder te doen doordringen. Laat ons niet vergeten dat ieder mensch aansprakelijk is voor het voortbestaan van al het kwaad waarvan hij het kwade inziet; dat wij niet het recht hebben te klagen over

Sluiten