Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groot terrein gekocht voor 4 flinke burgerwoningen, en wat verder nog een heel stuk grond voor arbeiderswoningen.

Dus: huisjesmelker geworden? Ho wat, Kees, zoover is 't nog niet; en dan, ge zult me dien scheldnaam nooit behoeven te geven, want ... ik zal je eens zeggen, hoe ik bouw. Als je 't goedvindt, speel ik een beetje architect mee.

In de eerste plaats bouw ik solide, dat is goed voor mijn eigen zak, want dan heb ik weinig onderhoud, en 't is ook plezierig voor de bewoners. Ge moet dus zorgen, dat er de zwarte grond flink diep uitkomt en er grof rivier- of bergzand in storten. De fondamenten moeten stevig zijn, dat ik niet over een paar jaar moet repareeren. En dan — zorg in hemelsnaam, dat ge me geen vochtige huizen levert. Daar heb ik mijn buik aan dik. Zou het niet goed zijn, dat ge ze een meter ongeveer boven den beganen grond bouwt en dat er een flinke tras-laag komt tusschen de fondamenten en den bovenbouw ? Ook zorgt ge zeker, dat er in de muren roostertjes komen even onder de vloeren. Dan komt de lucht er onder, weet je, en dan blijven de vloeren goed en 't huis droog.

In de tweede plaats, bouwt ge me lieve, vroolijke, gezonde woningen. Die verhuurt men altijd 't gemakkelijkst, want ieder, en vooral de huismoedertjes, hebben graag een gezellig en geriefelijk huis. Zorg dus, dat er in alle vertrekken veel zon kan vallen, in alle kamers moeten veel en hooge ramen komen. Van boven moeten alle ramen voorzien zijn van een gedeelte, dat naar binnen kan tuimelen, zonder dat de koude lucht in eens neerploft. Lucht en licht en zonnewarmte moeten er in mijn huizen binnenkomen, zooveel als 't maar eenigszins kan. Dat is vroolijk en gezond, 't Overige deel van de ramen moet bestaan uit twee helften, die bij lekker warm weer naar binnen opengeslagen kunnen worden. Zorg, dat die openslaande rameit goed sluiten, dat er geen tocht door kan bij koud weer.

Een gang moet er ook in elke woning zijn. De kamers moeten hoog en ruim zijn. Een „goeie" kamer, om er de Zondagsche kleeren in te bergen en waar de doode vóór de begrafenis komt te staan, kan ik missen. Maar de mooiste, ruimste en zonnigste kamer wordt mijn huiskamer. En de „beste" kamer moet zoo ver mogelijk naar achteren en zóó gemaakt worden, dat er niet het minste „luchtje" in huis komt. En geen alkoven en geen bedsteden of beddekoetsen,

Sluiten