is toegevoegd aan uw favorieten.

De werkloosheidsverzekering, het centrum der steunbeweging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is daarom ten zeerste gewenscht, groote werken zoo spoedig mogelijk te doen uitvoeren. Men zal dan echter de meening over wat dan „passend" werk is dienen te herzien, opdat men ook menschen uit een ander vak aan het bedoelde werk zal kunnen stellen. Hij vraagt daarom of de Bond ni<?t kan decreteeren dat iedere valide werkman tot plicht heeft in het belang der gemeenschap zich niet van werk te onthouden, ook als is het geen werk in zijn eigen vak.

De Voorzitter vindt de opmerking van den heer Van Tuyll zeer belangrijk, maar raadt de vergadering aan voorloopig bij het bespreken van het voorstel te blijven. Zelf wenscht hij omtrent het voorstel nog in het midden te brengen, dat de bedoeling van de bestrijding der werkloosheid is : het voorkomen van werkloosheid en het verleenen van steun.

Het gewone middel voor het laatste is de verzekering. Nu treden echter ook andere vormen in deze abnormale tijden op en wel de arbeidersreserve en het wachtgeld. Zoo staan de feiten en dat men de nieuwe vormen niet altijd zoo slecht acht, blijkt wel hieruit, dat o.a. ook het N.V.V. aangedrongen heeft bij het K. N. S. op het uitkeeren van wachtgeld. Het voorstel wil een onderzoeknaar de feiten, maar die zijn voldoende bekend. Nieuwe arbeidersreserven dan de bestaande in de haven worden niet verwacht. Wat het wachtgeld betreft, hiervan bestaat nog geen regeling, behalve die in de textielindustrie. De werking van die regeling is toch wel te overzien. Het uitgangspunt van het N. V. V. is, dat men wil blijven toepassen het gewone middel van de verzekering in buitengewone omstandigheden ; maar de verzekering geldt voor gewone werkloosheid ; dan is zeker een zeker percentage werkloos, maar nu zijn er vakken of dreigen er vakken te komen, waarin iedereen werkloos is. Dan kan de verzekering niet helpen. Men komt er dan van zelf toe, een anderen weg in te slaan. Men moet er zich dan niet te veel op toeleggen de verzekering te doen aanpassen aan dien buitengewonen toestand. Het voorstel beoogt nu, na te gaan, den invloed van die buitengewone middelen, die thans worden gebruikt, op het gewone middel : de verzekering. Men vreest nu nadeelen voor de verzekering, maar die nadeelen behoeven eigenlijk niet onderzocht te worden ; men kan die nadeelen door het gesprokene voldoende overzien. Die nadeelen zijn dan : 1°. Arbeiders, die geen premie betalen, ontvangen dezelfde uitkeering als arbeiders die zich een geldelijke opoffering hebben getroost.

2°. Behalve dat de werkgevers uitkeeren, keeren soms ook de kassen uit, en dan verkrijgt men een inkomen hooger dan het vroegere loon. 3°. De ongeorganiseerden zijn er even goed aan toe als de georganiseerden : dat kan in zich bevatten een element van ontbinding voor de organisatie.

Wenschelijk is nu, dat hetgeen tegen de verzekering ingaat,