Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BESTRIJDING VAN MALARIA EN GELE KOORTS EN DE ASSAINEERING DER TERREINEN IN HET BIJZONDER.

De invloed, welke de malaria en andere koortsen op de arbeidskracht van den mensch en daarmede op de welvaart van de door malaria bezochte streken uitoefent, is van algemeene bekendheid en behoeft hier niet te worden aangehaald. Zelfs de oude geschiedenis wijst voorbeelden aan van koortsepidemiën, welke de welvaarten hooge cultuur van rijken plotseling deed verminderen (zie W. H. S. Jones, Malaria and Greek History) en de bevolking van welvarende streken in weinig tijds ten grave sleepte of hare woonplaatsen deed verlaten.

Bekend is ook, dat vele koortsen haar ontstaan te danken hebben aan kleine organismen (parasieten), welke door middel van een of ander insect in het menschelijk lichaam worden overgedragen. Naar de functie, welke dit insect vervult, kan het als „drager" worden betiteld. Yereiscliten voor het voortwoekeren der ziekte zijn mede de aanwezigheid van een reeds geinfecteerd organisme, hetzij mensch of dier, het zoogenaamd „reservoir" en de voor de ontwikkeling van het insect en van de parasiet noodige omstandigheden.

Het moet als een bewezen feit worden aangenomen, dat „malaria" alleen door muggen wordt overgebracht en wel speciaal dooide familie „Anopheles" aangezien nog geen andere wijze van overbrenging op voldoenden grond kan worden aangetoond.

De eenige oorzaak der ziekte moet gezocht worden in de aanwezigheid van soms slechts één enkele microscopisch kleine sporenparasiet, welke zich in het bloed van den mensch tot een aanzienlijk aantal kan vermenigvuldigen. Velen, ook kinderen, hebben de parasiet in hun bloed zonder nog de symptomen der ziekte te vertoonen.

Sluiten