Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sius" een brief van gelukwensching zond, eene eer, die den nederige diep trof, maar toch ook den minnenden zoon der Kerk overgroote blijdschap baarde.

In 1563 was Canisius te Innspruck bij den keizer, die, al wederom door valsche hovelingen en ketters misleid, aan de Kerkvergadering te Trente vele zaken wilde voorstellen, zoowel met de ware leer als met de kerktucht in strijd. Verscheidene godgeleerden, door den vorst geraadpleegd, waren hem gaarne daarin ter wille, maar niet Canisius. Bij monde en geschrifte toonde hij de dwalingen en gevaren dier voorstellen; zes maanden achtereen streed hij tegen de den keizer vleiende hovelingen, tegen vermomde ketters, tegen in het geloof zwakke prelaten, en ofschoon hij bijna alleen stond tegenover geheel dien sterken drom, toch vermocht hij zooveel, dat Ferdinand een aantal zijner verlangens liet varen en de overige in veel gematigder vorm inkleedde.

XI

_ /-« • 1 . r» 1_ i _ 1

n Juni 1565 was Canisius te Kome op nei algemeen kapittel der Sociëteit, waar de H. Franciscus de Borgia tot Generaal werd gekozen; ook op hem waren twee stemmen uit¬

gebracht. Uit verscheiden provincies verzochten nu de afgevaardigden hem tot hunnen provinciaal; de kardinaal aartsbisschop van Augsburg drong aan op zijn spoedigen terugkeer naar Duitschland, maar met nog hooger macht dan die allen beschikte over hem Paus Pius IV en droeg hem eene zeer gewichtige taak op. De Kerkvergadering van Trente was gesloten, en nu werd het een eisch, even dringend als moeilijk te volvoeren, hare besluiten

Sluiten