Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het grootste geduld en deden nog hun best zoo opgewekt mogelijk te zijn.

Onder de bemanning bevondt zich menige ruwe, onbeschaafde zeeman, doch nu, door het gemeenschappelijk lijden, werden allen wonderlijk zacht en teer gestemd en toonden de grootste vriendelijkheid en zorg voor de vrouwen en het kind.

De schipbreukelingen hadden van de koude en natheid oneindig meer nog te lijden dan door honger, hoewel de voorraad der levensmiddelen toch zeer beperkt was. Maar op de eene of andere wijze wisten zij kleine Lucie toch wel warm te houden, terwijl ze zelf half bevroren bibberden van kou, en klappertanden van het kille vocht om hen heen.

Gouden Lucie had eerst vreeselijk gehuild, toen zij haar speelgenootje, de «Gouden Maria» had moeten verlaten, maar langzamerhand hielden de tranen op te vloeien, en kwam er nu en dan nog maar een snik.

Wanneer het weer het toeliet, hield de een of ander haar met uitgestrekte armen in de hoogte, zoodat zij over de wijde zee kijken kon naar de boot van John Steadiman; zoo zag zij er dan met haar gouden haren en haar onschuldig gezichtje uit als een klein engeltje, dat ver, ver weg wilde vliegen.

's Avonds zong Lucie's moeder haar altijd met een liedje in slaap en dan zongen de matrozen altijd het laatste coupletje daarvan in koor mede.

Twaalf nachten en elf dagen voeren zij nu reeds in de reddingsboot rond, toen de oude Rarx opeens zijn verstand scheen verloren te hebben en maar onophoudelijk smeekte, het goud toch over boord te werpen, daar zij

Sluiten