Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volkomen kennis van zaken op het aandeelen-kapitaal eener naamlooze vennootschap heeft ingeschreven — op de hem toegewezen aandeelen het kapitaal heeft gestort, kan later, bewerende dat aan de emissie een formeel gebrek kleefde, het gestorte kapitaal niet terugvorderen ; immers door zijne stortingen heeft hij aan eene natuurlijke verbintenis voldaan.

— Hof 's-Hertogenbosch 18 Mei 1894; W. 8063; W. v. N. R. 1801; Not. W. 254; P. v. J. 1904, 379.

732. De condictio indebiti moet worden toegewezen in alle gevallen waarin de onverschuldigdheid van het betaalde vaststaat en kan niet bestreden worden met de bewering, dat hetgeen de eischer heeft betaald, niet sine causa uit zijn vermogen in dat van den gedaagde is overgegaan, daar de eischer daarvoor een wettelijk en op geld te waardeeren voordeel heeft genoten. — Kantong. 's-Gravenhage 21 Januari 1895; W. 6603; P. v. J. 1895, 21.

733. Een veroordeeling tot terugbetaling van het krachtens een nietig contract en dus onverschuldigd betaalde, is geheel in overeenstemming met de bepaling van dit artikel. — H. R. 31 Januari 1896, concl. conf.; W. 6770; P. v. J. 1896, 26; N. R. CLXXII, 150; T. v. N. XIV, 71; v. d. H., B. R. LXII, 713.

734 Het voorschrift van dit artikel is algemeen en is niet beperkt tot verbintenissen, die hun ontstaan uitsluitend aan het privaatrecht ontleenen.

— Rechtb. Roermond 18 October 1900; W. 7517; W. B. A. 2688.

735. Degeen, die door een ander belast met de inning der vordering van dien ander op een derde, bij voorbaat, d. w. z. zonder nog betaling van dien

derde te hebben ontvangen, aan zijn lastgever het bedrag der vordering afdraagt, heeft — de derde in gebreke blijvende — tegen zijn lastgever eene condictio indebiti, zonder dat daaraan in den weg staat, dat de lasthebber ook ex contractu tegen zijn lastgever zou kunnen optreden. — Rechtb. 's-Gravenhage 3 April 1906; W. 8369.

736. Onverschuldigd betaalde gelden zijn het eigendom van dengene, aan wien zij betaald zijn; de betaler heeft slechts het recht om ze desgewenscht terug te vorderen. Zoolang zoodanige terugvordering niet heeft plaats gehad, kan dus ook onder handen van dengene, aan wien betaald werd, geen derde beslag tegen den betaler gelegd worden. — Rechtb. Utrecht 8 Januari 1908; W. 8768.

737. Komt de condictio indebiti alleen toe aan den persoon, van wien het onverschuldigde is ontvangen, of wel aan ieder, te wiens koste of uit wiens middelen, zij het ook door tusschenkomst van een ander, onverschuldigd is betaald? — In laatstgemelden zin beslist. R. A. XI, 86.

Art. 1396.

738. Voor de toepassing van de artt. 1396 en 1397 B. W. is het noodig, dat hij die het onverschuldigd betaalde, voor zich zeiven terugvraagt, dezelfde is, die werkelijk betaald heeft. — H. R. 13 April 1883; W. 4904; N. R. CXXXIII, 383.

739. De condictio indebiti komt toe aan den lasthebber, die voor zijnen lastgever betalende, bij vergissing te veel betaalde, vermits hij dat te veel voor zich zelf en niet voor zijnen lastgever moet geacht worden te hebben betaald. — H. R. 1-1 Maart 1902, concl. conf.; W. 7783; P. v. J. 1902, 132; N. R. CXC, 339; v d. H., B. R. LXVIII, 123.

Sluiten