Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daartoe aanleiding bestaat, een vordering tot vanwaardeverklaring van het aanbod en der consignatie kan worden ingesteld.

— Rechtb. Alkmaar 1 Maart 1894; W. 6531; Mb. Dw. X, 2; P. v. J. 1894, 35.

Art. 1442, 4o.

1221. Indien na gedaan aanbod van gereede betaling de daarop gevolgde gerechtelijke inbewaargeving der gelden niet vóór den dag der dagvaarding aan den schuldeischer is beteekend, is de consignatie der gelden niet op wettige wijze geschied en is de schuldenaar dus niet van betaling aan den schuldeischer bevrijd. — Kantong. 's-Gravenhage, 6 December 1886; R. W. v. N. 591.

Art. 1443.

1222. De schuldenaar moet in de kosten op de consignatie gevallen, worden veroordeeld, als de schuldeischer niet geweigerd heeft de aangeboden som te ontvangen, maar zich daartoe zonder eenig voorbehoud bereid heeft verklaard.

— Rechtb. Roermond 24 December 1891; W. 6178.

1223. Een gedaagde tot betaling van een bepaald bedrag aangesproken en daarna een reëel aanbod doende van een minder bedrag, met welk aanbod de rechter uitmaakt, dat hij kan volstaan, moet — als hij niet geconsigneerd heeft, op grond, dat door een derde beslag bij hem gelegd is, wel is waar tot betaling van het aangeboden bedrag, maar niet ook tevens in de kosten veroordeeld worden, deze komen ten laste van den eischer, die ten onrechte weigerde het aanbod aan te nemen. — Rechtb. Zwolle 21 December 1892; W. 6284.

Art. 1445.

1224. Een aanbod van gereede betaling gevolgd door inbewaringgeving, bevrijdt den schuldenaar eerst dan, indien beide op een wettige wijze geschied zijn en bij vonnis verklaard worden goed en van waarde te zijn. — Rechtb. Amsterdam 9 November 1883; W. 5014; R. W. v. N. 502; P. v. J. 1884, 4, Bijbl.

1225. Een vanwaardeverklaring van aanbod kan niet geschieden, als geen consignatie heeft plaats gehad. — Rechtb. Amsterdam 22 April 1886; W. 5292; W. v. N. R. 872; P. v. J. 1886, 24.

Art. 1448.

1226. Dit artikel is niet alleen van toepassing als er bestaat eene verplichting tot levering van een bepaalde zaak, maar ook als de schuldenaar der zaak deze uit anderen hoofde dan bij koop en verkoop aan den schuldeischer wil en moet afgeven, ter plaatse waar zij zich bevindt. — Hof Arnhem 8 April 1891. (Met vernietiging Rechtb. Tiel 20 Maart 1891) W. 6045; R. W. v. N. 728.

1227. Voor de geldigheid van een aanbod der te leveren waar vereischt de wet niet, dat de waar bij niet-aanneming worde opgeslagen. — Hof Leeuwarden 20 Maart 1895; W. 6638; P. v. J. 1895, 49.

1228. Een aanbod van den verlcooper van door hem te leveren goederen zonder vermelding, dat die goederen ter beschikking van den kooper worden gehouden of waar ze in bewaring worden gesteld, is niet bevrijdend en geeft hem dus ook geen recht om den koopprijs te vorderen. — Rechtb. Rotterdam 16 Mei 1900; P. v. J. 1900, 70.

Sluiten