Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1239. Waar een koopovereenkomst door wisselschuld is genoveerd, kan de, in de rechten van den verkooper gesubrogeerde uit het te niet gegaan koopcontract geen rechten ontleenen. — Rechtb. Assen 28 Mei 1883; W. 5039.

1240. Door het in betaling geven van orderbriefjes voor verkochte en geleverde goederen wordt schuldvernieuwing te weeg gebracht. — Rechtb. Amsterdam 23 April 1891; W. 6049 ;R.W. v. N. 718; P. v. J. 1891, 88. Anders Rechtb. Amsterdam 17 April 1891; N. M. v. H., I, 271.

1241. Betaling door middel van een accept stelt schuldvernieuwing daar. — Hof Amsterdam 26 October 1894; W. 6615; N. M. v. H., VII, 24; T. v. N. XIII. 157.

1242. Wie een op hem getrokken wissel accepteert en zich alzoo tot betaling ervan verplicht, gaat een wisselschuld aan; doet hij zulks voor eene som, die hij op grond van eene andere oorzaak verschuldigd was, dan houdt hij op die som verschuldigd te zijn uit hoofde van de eerste oorzaak en wordt hij die tengevolge van schuldvernieuwing verschuldigd uit hoofde van wisselschuld. — Rechtb. Maastricht 15 April 1899; W. 7337.

1243. Wanneer een kooper aan den verkooper een geaccepteerden wissel in betaling geeft, heeft er schuldvernieuwing plaats. Immers hij verbindt zich tot betaling van de in het accept uitgedrukte som gelds en zulks bij een geschrift, dat eene zelfstandige betalingsbelofte inhoudt en welk geschrift uithoofde van zijn formeel karakter als bron van schuld strekt tot bewijs van die schuld en niet van eene uit anderen hoofde bestaande schuld. — Rechtb.

Haarlem 12 November 1901; W. 7676; W. v. N. R. 1673; Not. W. 116.

In denzelfden zin Rechtb. Roermond 27 Juni 1901; W. 7644; W. v. N. R. 1673; Not. W. 107.

1244. Wanneer een schipper voor bouwkosten van een schip een accept afgeeft, dan moet worden aangenomen, dat door die afgifte en aanneming van het accept eene schuldvernieuwing is tot stand gekomen en mitsdien de bevoorrechte vordering ter zake van bouwkosten van het schip is te niet gegaan. — Rechtb. Zierikzee 12 Juni 1907; W. 8622; W. v. N. R. 2019.

1245. Een accoord in een faillissement stelt niet per se daar schuldvernieuwing, daar het niets anders is, dan een bij de wet toegelaten middel voor den gefailleerde om zijne crediteuren voor hunne vorderingen te voldoen,] en wel door nakoming der bepalingen van het accoord, maar daarbij wordt de aard der vorderingen niet veranderd, noch een geheel nieuwe schuldverbintenis aangegaan, tenzij zulks in het accoord is overeengekomen. — Rechtb. Amsterdam 21 Februari 1879; N. R. B. 1879, Bijbl. 22.

1246. Het gehomologeerd accoord tusschen den gefailleerden schuldenaar en diens schuldeischer brengt schuldvernieuwing te weeg. Die schuldvernieuwing werkt niet ten aanzien van hem, die zich voor den gefailleerden schuldenaar borg heeft gesteld. — H. R. 25 Mei 1884; W. 5044.

1247. Een onderhandsch accoord, inhoudende de belofte van betaling van een percentage tegen algeheele kwijting der oude schuld, brengt schuldvernieuwing te weeg. — Hof Amsterdam 26 October 1894; W. 6615; N. M. v. H. VII, 24.

Sluiten