Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1672. Het is niet voldoende om aan den kooper van een stuk gronds, tegen wien door een derde wegens een beweerd recht op dien grond een actie is ingesteld, het recht tot vrijwaring tegen zijn verkooper te ontzeggen, ter zake, dat hij kooper, tijdens den koop het

gevaar van uitwinning heeft gekend en dit alzoo moet geacht worden voor zijne rekening te hebben genomen, dat de kooper tijdens den koop bekend was met het gebruik, dat de derde van den grond maakte, maar wordt gevorderd, dat de kooper kan geweten hebben, dat de derde recht op dien grond bezat, of althans beweerde te bezitten. — Hof Arnhem 5 December 1883; W. 5078; N. R. B. 1884, A. 174.

1673. Onder de lasten, wier verzwijging krachtens dit artikel den verkooper tot vrijwaring verplicht, is eene op het

goed Klevende langdurige huur niet begrepen. In elk geval zou zoodanige verzwijging van de huur den kooper slechts recht geven op schadevergoeding, doch niet eene actie tot ontbinding der overeenkomst wettigen. — Rechtb Haarlem 8 Juni 1886; P. v. J. 1886, Bijbl. 31.

1674. Daargelaten of de akte, waarbij de toestemming wordt gegeven tot doorhaling eener hypothecaire inschrijving niet reeds op zich zelf, indien zij geen voorbehoud van hypotheekrecht bevat, afstand van dat recht impliceert, kunnen de koopers van een door den verkooper met hypotheek bezwaard goed zich niet op gemis van afstand van hypotheekrecht beroepen, om betaling van kooppenningen te weigeren, want zij hebben aan roiement genoeg en ingevolge art. 1225 B. W. geene nieuwe inschrijving te vreezen. — Rechtb. Groningen 12 November 1886; W. 5480.

1675. De kooper van een huis, waar¬

van de hypotheek, krachtens welke de verkoop heeft plaats gehad, wordt aangevallen, is gerechtigd hem, die de hypotheek verleend heeft, in vrijwaring op te roepen. — Rechtb. Maastricht 21 Maart 1889; W. 5847.

1676. Indien blijkens de akte van verkoop alleen bedongen is overdracht van den vollen eigendom van het verkocht onroerend goed, omvat die verplichting niet de overdracht van den vrijen en onbezwaarden eigendom. — Hof 's-Gravenhage 9 Februari 1885; R* W. v. N. 539.

1677. Na in de notarieele akte van koop en verkoop te hebben verklaard genoegen te nemen met de eigendomsbewijzen, waarnaar in die akte wordt verwezen, kan de kooper den verkooper niet in vrijwaring roepen wegens ondergane uitwinning van het gekochte onroerend goed op grond van zijne onbekendheid met den inhoud der bewijzen van eigendom. — Hof Amsterdam 27

Mei 1892; W. 6239; W. v. N. R. 1193; R. W. v. N. 754. Met bevestiging Rechtb. aldaar 17 December 1885; W. 5348; P. v. J. 1886, 6; R. W. v. N. 754.

1678. Bij overdracht van goed onder „lusten en lasten'' kunnen hieronder niet gebracht worden de voorwaarden, waarop de verkooper het goed van zijn voorganger kocht; het doelt alleen op die voordeelen en nadeelen, welke blijkens de openbare registers op het goed rusten, uit de akte zelve blijken of van zoo algemeene bekendheid zijn, dat de kooper geacht moet worden ze te kennen. — Rechtb. Groningen 16 Februari 1894; W. 6537.

1679. Waar de vrijwaring is beperkt

tot den eigendom van het gekochte onder uitsluiting van die ter zake van alle

Sluiten