Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de opzegging geheel overbodig is, het verzuim van zoodanige opgave of een fout bij het doen dier opgave begaan, aan de rechtsgeldigheid der opzegging niet in den weg staat. — Kantong. Zutfen 13 October 1893; W. 6416; Mb. Dw. IX, 12.

2149. Als bij eene huurovereenkomst wel is bepaald, dat partijen bevoegd zijn de huurovereenkomst door opzegging een week te voren gedaan, te doen ein digen, maar de verhuurder zich tevens heeft verbonden om van deze bevoegdheid behoudens wanpraestatie binnen zekeren tijd geen gebruik temaken, dan kan eene binnen dien tijd door den verhuurder gedane opzegging niet als rechtsgeldig worden beschouwd. — Kantong. Amsterdam IV 13 Februari 1894; P. v. J. 1894, 31; Mb. Dw. X, 2.

2150. Als een huur is aangegaan voor onbepaalden tijd, moet zij worden beschouwd als te zijn aangegaan tot wederopzeggens toe. — Kantong. Helder 28 Juni 1894; P. v. J. J 894, 71; Mb. Dw. XI, 7.

2151. De oorspronkelijk schriftelijk aangegane huur tengevolge van het verleende gebruik van optie zonder nieuwe akte voortgezet, moet daarna worden beschouwd eene mondelinge huur te zijn. Deze laatste zou dan eerst eene schriftelijke geworden zijn, indien partijen overeenkomstig het voornemen bij het oude contract te kennen gegeven, van die nieuwe huur een schriftelijk contract hadden opgemaakt, voor welk laatste eene schriftelijke uitlating des huurders over het recht van optie niet in de plaats kan treden. —■ Hof Amsterdam 2 Januari 1895; W. 6657 (bevest. Rechtb. Haarlem 23 October 1894; W. 6569; \\'. v. N. R. 1305).

2152. In rechten kan geen beroep

worden gedaan op een plaatselijk gebruik betrekkelijk den tijd van aanvang der huur van huizen, daar bij de wet onder de bepalingen van huur en verhuur ten aanzien van den tijd van aanvang, niet naar eenig plaatselijk gebruik wordt verwezen. — Kantong Middelburg 9 October 1899; Mb. Dw. XV, 8.

2153 Uit het feit, dat de huur door een gemachtigde van den verhuurder wordt afgehaald, volgt nog niet, dat de huur aan dien gemachtigde geldig kan worden opgezegd of dat het aannemen der sleutels door den gemachtigde mag worden beschouwd als de toestemming des verhuurders in het verlaten van het verhuurde pand door den huurder. — Rechtb. Breda 27 November 1900; W. 7580.

2154. Bij voortgezette mondelinge huur kan niet willekeurig worden aangenomen, dat de huur wordt vernieuwd volgens de oorspronkelijke voorwaarden, maar is het aannemelijk dat de wetgever bedoeld heeft, dat de huurder de doorloopende huur steeds kan opzeggen met inachtneming der termijnen volgens het plaatselijk gebruik. — Rechtb. Middelburg sine die 1901; W. 7736; Not. W. 139.

2155. De uitdrukking „bepaalden tijd" in art 1607 B. W. moet niet worden genomen in de enge beteekenis van „door partijen gestipuleerd", maar in den ruimeren zin van huurtijd, hetzij door overeenkomst, hetzij door weisduiding bepaald. — Rechtb. Tiel 3 Januari 1905; W. 8393.

2156. Dit artikel heeft niet op het oog het tijdstip, waartegen de huur moet worden opgezegd, doch slechts de lengte van den tijd, die tusschen de

Sluiten