Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afzonderlijk blad behoort aan te vangen. — Rechtb. Amsterdam 20 Mei 1887; P. v. J. 1888, 15.

356. Een rekening-courant uit de boeken van een koopman getrokken ten aanzien van iemand die geen koopman is, levert geen bewijs op van het tijdstip der beursaffaires ter berekening van winst en verlies, onmisbaar ter bepaling van het saldo. — Rechtb. Amsterdam 31 December 1889; W. 5841.

357. Rekening-courantboeken kunnen bewijs opleveren, zonder dat een dagboek is overgelegd. — Rechtb. Utrecht 17 Juni 1896; W. 6832.

358. Als een fabrikant materialen koopt voor zijn fabriek, dan is die koop en verkoop eene daad, zijnen handel betreffende, en dus als geen andere bezwaren bestaan, bewijs door koopmansboeken toegelaten. — Rechtb. Groningen 16 November 1892; W. 6543.

359. Bewijs door koopmansboeken is niet toegelaten, waar het geen handelszaak betreft en in ieder geval niet, als het strekken moet om de betaling aan te toonen. — Rechtb Amsterdam 18 Mei 1893; W. 6499.

In denzelfden zin Rechtb. Middelburg 21 Mei 1894; Mb. Dw. X, 3.

360. Koopmansboeken niet richtig gehouden, behoeven, om als bewijsmiddel te kunnen dienen, niet geschreven te zijn met de hand van hem, tegen wien men zich op die koopmansboeken beroept. — H. R. 11 Juni 1886; W. 5303; W. v. N. R. 881; N. R. CXLIII, § 23, 157; v. d. H., B. R. Lil, 235.

361. Waar een partij verklaard heeft zich te willen gedragen aan de boeken der tegenpartij, is de vraag hoe die |

boeken gehouden zijn, zonder eenig belang. — Rechtb. Amsterdam 25 Mei 1888; P. v. J. 1888, 81.

362. Niet het juist gehouden zijn, maar het met de waarheid overeenkomstig zijn van het koopmansboek, moet met eede worden bevestigd. — Rechtb. Amsterdam 8 April 1892; P. v. J. 1892, 88.

363. De eed tot bevestiging van de juistheid van de vermeldingen in een koopsmansboek, mag eerst worden opgelegd als de richtigheid van dat boek ten processe is vastgesteld. — Hof Amsterdam 5 Mei 1893; W. 6377 en 6404; P. v. J. 1893, 87.

364. Koopmansboeken, die niet steunen op het bij art. 6 K. omschreven dagboek, kunnen niet als richtig gehouden, worden aangemerkt; zij missen dus de bewijskracht bij dit artikel aan richtig gehouden koopmansboeken toegekend. — H. R. 1 Juni 1894; W. 6509; P. v. J. 1894, 55; N. M. v. H. VIII, 11; N. R. CLXVII, 104 (met verniet. Rechtb. 's-Gravenhage 27 Juni 1893 en 20 Februari 1894; P. v. J. 1894, 55).

365. Als vaststaat, dat koopsmansboeken niet strikt voldoen aan de eischen der wet, mogen daaruit toch vermoedens worden geput, omdat de rechter niet beperkt is in de gegevens, waaraan hij bewijs door niet op de wet zelve gegronde vermoedens mag ontleenen, mits dit bewijsmiddel zelf is toegelaten. — H. R. 30 Maart 1899; W. 7262; P. v.J. 1899, 30; N. R. CLXXXI, 438; v. d. H., B. R. LXV, 152.

366. De rechter behoort de openlegging der koopmansboeken van een der partijen niet te bevelen als de andere partij dit vraagt en verklaart zich er

Sluiten