Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke natuur eigen zijn, b.v. eten, lijden, sterven; c. die door beide naturen te zamen verricht worden, b.v. het wonderdadig genezen van zieken door aanraking met de hand enz. De eerste werkingen zijn zuiver-goddelijke, de tweede zuivermenschelijke de derde god-menschelijke.

Nochtans kunnen de zuiver-menschelijke werken god-menschelijke genoemd worden, omdat de werker zelf een goddelijke Persoon is.

89. Zijn er in Christus ook twee personen?

Neen; Christus is maar één Persoon, de goddelijke Persoon.

1°. Christus is maar één Persoon. Al zijn er in Christus twee verschillende naturen met haar eigen vermogens, haar eigen werkingen, toch zijn er in Christus geen twee personen, maar slechts één persoon, n.1. de goddelijke 1). De Zoon Gods heeft de menschelijke natuur aangenomen zonder de menschelijke persoonlijkheid. Men moet onderscheid maken tusschen menschelijke natuur en menschelijke persoonlijkheid2). Uit de verwarring of vereenzelving van beide zijn zoowel de ketterij van Nestorius als van Eutyches voortgevloeid. Nestorius

') Nestorius, Patriarch van Constantinopel (428) leerde, dat er in Christus twee personen zijn. God — zoo leert hij — vormde door den H. Geest in den schoot van Maria een volmaakt mensch, waarin de Zoon Gods neerdaalde, om den mensch te verlossen. Deze vereeniging tusschen beiden is geen vereeniging in de eenheid des persoons, maar een vereeniging enkel door inwoning, door liefde, door inwerking, door verheerlijking (3, q. 2, a. 6). De Zoon Gods en Jezus zijn twee verschillende personen, maar innig met elkander vereenigd. De dwaling van Nestorius werd veroordeeld in de alg. kerkv. van Ephese (431). Albers, I, § 32; Denzinger. N. 113, v.v. Dezelfde dwaling herleefde weder in de 19e eeuw bij sommige duitsche schrijvers. Gelijk Pius IX (15 Juni 1857) aan den aartsbisschop van Keulen schreef, kwam die ketterij voor in de werken van Antonius Günther. Denzinger, N. 1655. 2) Natuur of wezen is datgene, waardoor een ding is, wat het is, en van alle andere dingen onderscheiden wordt. Persoonlijkheid is datgene, waardoor een redelijke zelfstandigheid zelfbestaand is, d. i. aan zich zelve, niet aan anderen toebehoort. De mensch is mensch door zijn natuur, niet door zijn persoonlijkheid. Door deze laatste wordt hij een zelfbestaand, zelfhandelend, maar geen menschelijk wezen. Zie Deel I, bl. 160.

Sluiten