Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in liefde verslonden, aanbiddend aan de voeten van haar verheerlijkten Meester. Eén woord slechts kan ze uitbrengen: „Rabboni! Mijn geliefde Meester!" „Raak Mij niet aan — luidt het antwoord — want ik ben nog niet opgevaren tot mijn Vader, maar ga tot mijn broeders, en zeg hun: Ik vaar op tot mijn Vader en uw Vader, mijn God en uw God". (Jo. XX, 1—10). En ze vliegt naar de leerlingen, om de verrijzenis te boodschappen. Zoo werd de boetvaardige zondares de eerste getuige der verrijzenis, de apostel voor de Apostelen.

2e. Een weinig later verschijnt Jezus aan de heilige vrouwen, die den Apostelen hadden geboodschapt, wat zij bij het graf gehoord en gezien hadden. Misschien waren zij op weg, om nog aan anderen de blijde tijding te brengen, en zie, Jezus ontmoette haar en zeide: „Wees gegroet"! Zij herkenden Hem aanstonds, vielen aan zijn voeten, en aanbaden Hem. Jezus sprak: „Vreest niet! gaat, bericht mijn broederen, dat zij naar Galilea gaan; daar zullen zij Mij zien". De vrouwen verkondigen aan de leerlingen alles, wat haar overkomen was. (Mt. XXVIII, 9, 10). Maar de leerlingen geloofden het niet.

3e. Later op den dag verscheen Jezus aan Petrus. Van deze verschijning wordt in de H. Schrift slechts met een enkel woord gesproken (Lc. XXIV, 34; I Cor. XV, 5).

4e. In den loop van denzelfden dag gingen twee leerlingen naar een landhoeve te Emmaüs, een stadje, omtrent drie uren ten Noord-Westen van Jeruzalem. In diep-treurige stemming spraken zij over de groote gebeurtenissen der laatste dagen, en eensklaps voegde zich Jezus bij hen; maar zij kenden Hem niet; want hun oogen werden weerhouden, opdat zij Hem niet zouden herkennen.

Jezus vroeg hen, waarover ze spraken, en waarom ze zoo treurig waren. Een van hen, met name Cleophas antwoordde: „Zijt gij alleen in Jeruzalem als vreemdeling en weet gij niet, wat daar in deze dagen geschied is"? En zij verhaalden Hem alles, wat er met Jezus van Nazareth gebeurd was, en hoe zij hoopten, dat Hij het rijk van Israël zou herstellen, en dat het nu reeds de derde dag was, en hoe de vrouwen gesproken hadden van het verdwenen lichaam en van verschijningen

Sluiten