Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekruisten Jezus van Nazareth als den beloofden Messias, den Zoon Gods, den verwinnaar van hel en dood (Act. II).

b. Reeds in de eerste dagen heeft zij haar eigen eerediensi. De nieuwe bekeerlingen ontvangen het H. Doopsel en „waren volhardende in de onderrichting der Apostelen, en in de gemeenschap van het breken des broods (de H. Communie, I Cor. X, 16) en de gebeden". Act. II, 42.

c. Zij heeft haar eigen bijeenkomsten. „Zij waren allen eendrachtig in de galerij van Salomon (aan de oostzijde van het tempelgebouw in het voorhof der heidenen) en van de overigen (d. ï. der niet-geloovigen) durfde niemand zich bij hen voegen . Act. V, 12, 13. Deze plaats was den Christenen als in gebruik afgestaan. En des avonds vergaderden de Christenen in bijzondere huizen, om daar de heilige Geheimen te vieren. (Act. II, 42, 46).

d. De eerste Christenen leefden in zoo innige gemeenschap met elkander, dat zij niets als bijzonderen eigendom wilden bezitten. Zij verkochten hun bezittingen en gaven de koopsom aan de Apostelen, opdat dezen daarvan in de behoefte van eenieder zouden voorzien. (Act. II, 45; IV, 34—37).

Zij hadden hun eigen armenzorg, hun eigen spijsuitdeeling. Omdat de spijsuitdeeling te tijdroovend voor de Apostelen was, werden diakens met de armenzorg belast (Act. VI, 1 6).

e. De Kerk heeft haar eigen overheid, n.1. de Apostelen. Tot hen wordt door de nieuw-bekeerlingen de vraag gericht: „Wat zullen wij doen, mannen, broeders"? Act. II, 37. En op hun bevel lieten zij zich doopen. Zij erkenden de Apostelen als leeraars, als uitdeelers der H. Geheimen (Act. II, 42; III, 11). De Apostelen zijn de bewindvoerders over het gemeenschappelijk eigendom der kerkelijke gemeente (ActW, 35; V, 2). De Apostelen wijden de eerste diakens en belasten hen met de armenzorg (Act. VI, 1-6 ); zij treden als gezagvoerders der christengemeente op voor den Hoogen Raad, weigeren zich aan de bevelen van het Sanhedrin te onderwerpen, en beroepen zich op hun goddelijke zending (Act. IV); tegenover de huichelachtige schijnheiligheid van Ananias en Saphira zijn zij de afkondigers van het godsgericht.

Op de kerkvergadering van Jeruzalem (omstreeks het jaar 50)

Sluiten