Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat is niet genoeg, zegt de classe; antwoord mij categorisch: Gelooft gij dat dat een „werkelijke" slang was.

En nu zegt Dr. G.: „Gij hebt niet het recht om mij die vraag te stellen. Er zijn hier zooveel moeilijkheden, dat dat maar zoo met „ja" of „neen" niet is af te doen.

Nu laat ik daar wat Dr. G. over die slang denkt. Hij vindt de vraag ongerechtvaardigd; daarom wenscht hij er niet op te antwoorden.

Maar nu vraag ik U, eenvoudige lezer, die Gods Woord lief hebt: „Gelooft gij, dat dit een „werkelijke" slang was?" Ik weet vooruit wat ge zegt. Gij zegt ja. Dat zeg ik ook.

En Dr. Geelkerken zegt precies hetzelfde.

Hij zegt toch letterlijk (bladz. 5, Oude vragen en een nieuw antwoord): „Ofschoon Uwe vragen zich niet als zoodanig aandienen, zijn zij inderdaad toch naïef-realistisch, en aldus beantwoord ik elke daarvan natuurlijk onmiddellijk bevestigend."

Maar laten we nu eens nagaan wat dit „ja" van U en mij en Dr. Geelkerken beteekent.

Toen de slang begon te spreken, was Eva nog zonder zonde.

Was toen dan reeds de zonde in de dierenwereld? Was die slang, die „werkelijke" slang, dan reeds door de zonde bezoedeld? Had die slang, die „werkelijke" slang, begrip

Sluiten