Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegeven heeft, hetgeen te komen staat te kunnen weten; waardoor Hij tevens ook een iegelijk de gelegenheid aanbiedt zich er op voor te bereiden eer het geschiedt.

In den tijd van den zondvloed zond God Noë den „Prediker der Gerechtigheid" om het menschdom te waarschuwen, en den eenigen waren weg tot ontkoming aan te wijzen. De wereld was toen met goddeloosheid vervuld. Bloedvergieten, onderdrukkingen en allerhande gruweldaden werden gepleegd. De menschen lieten zich door Gods Geest niet meer straffen of overtuigen. Maar de Heere in Zijne barmhartigheid en genade gaf hen nog honderd en twintig jaren tijd zich te bekeeren en tot beter inzicht te komen. Doch Gods reddende boodschap door Noë gepredikt werd veracht en verworpen; en toen kwam de zondvloed en verdelgde allen, die ongehoorzaam waren. God zond ook den profeet Jona met eene besliste boodschap naar Ninevé om die stad aan te zeggen wat over haar komen zou, wanneer zij zich niet bekeerde van hare goddelooze werken.

Tijdens dat onze Heiland voor de eerste maal stond te komen, zond God Johannes den Dooper als voorlooper met eene ernstige boodschap aan het toen levende geslacht. Van dat werk, hadden de profeten reeds meer dan zevenhonderd jaren tevoren gesproken. En toen de tijd daarvoor aangebroken was, zorgde God ook, dat het rechte werktuig er was om dat bepaalde werk te verrichten. Johannes had eene zeer ernstige en gewichtige boodschap voor het volk. Hij verkondigde hen in den naam van God, dat nu de tijd gekomen was, waarvan alle profeten gesproken hadden; en dat nu de Messias — de Christus, zijn werk in het openbaar zou beginnen, dat zij zich moesten bekeeren en in Hem gelooven, die geopenbaard zou worden. Dus allen, die op hunnen Heere en Heiland wachtten, ontvingen de goddelijke boodschap door Johannes met blijdschap. Zij bewezen hun geloof in hunne daden, door zich

Sluiten