Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We raken helaas! aan den ernst der dingen ook gewend. Dan gaan we op de Zondagsschool vertellen, overhooren, zingen, bidden, enzoovoort, zonder dat ook maar even in dat haastig voorbijgevluchte uur in onze ziel het besef naar boven kwam, dat we een stukje van den strijd van Koning Immanuel hebben gestreden voor Zijn Rijk en Zijn volk en ook voor Zijn dag.

Als het waar is, dat de strijd voor den dag des Heeren van diepe en vérstrekkende beteekenis is voor de geestelijke worsteling van onzen tijd; als de strijd om dien dag, om het "^Christelijk karakter van dien dag, mee over het al of niet CSirlstelijke karakter van ons volk beslissen zal — dan moet de Zondagsschoolonderwijzer en de Zondagsschoolonderwijzeres eiken keer diep doordrongen zijn van de heilige en bezielende gedachte: ik vecht een stukje van den grooten strijd om het behoud van dien dag. Wèg hier met allen sleur, die zoo doodend is voor ons werk. Het heilige idealisme van den strijd voor uw Koning doorgloeie uw ziel elke keer, als ge staat voor uw kind, om welks ziel ge vecht!

En verder: wat moet dan de Zondagsschool doen, om dien geest der moderne Zondagsbeschouwing te bestrijden? Laat ik u op een paar zaken wijzen. Eigenlijk maar op één: we moeten de kinderen op de Zondagsschool trachten te doen kennen, dat de Zondag de dag des Heeren is; hen van dat besef en van Zijn heiligheid te doordringen; trachten, hen iets te doen verstaan en in te hameren van de heiligheid van den dag des Heeren.

Dat kan in het vertellen. De Zondagsschool zal wél doen, ook het vierde gebod den kinderen zóó te leeren, dat ze het wéten; en dan zal herhaaldelijk worden aangewezen, dat deze dag, nu ja, wel eenmaal onder ons den naam van Zondag verkreeg, maar dat zijn eigenlijke naam en beteekenis dag des Heeren is. Alleen, dat moet gebeuren op een wijze, die zich aansluit bij het feit, dat het wordt gezegd aan kinderen van zes tot twaalf jaren. En kinderen kunnen met theoretische en abstracte begrippen nog niet werken; daaraan heeft hun jonge ziel geen houvast nog. Een kind leeft bij het concrete, denkt concreet. Wie het kind het vierde gebod wil leeren, moet geen redeneeringen gaan houden, maar uit de geschiedenissen van het Woord Gods laten zien, wat de inhoud is van het vierde gebod.

Dus: eenvoudig vertellen bij het scheppingsverhaal de instelling en de heiliging van den zevenden dag. Vertellen van de viering van den Sabbat in Israël, door God geboden; van de straf, op overtreding bedreigd; van den Heere Jezus en Zijn houding tegenover den Sabbat als ordinantie Gods.

Sluiten