Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Parijs, Dinsdagmorgen 20 Nov. 1888. Weleerwaarde Heer!

Gisteravond verzond ik een brief aan Uw adres; vanmorgen ontving ik den Uwen in goede orde en ben zeer dankbaar voor Uw schrijven.

Deze brief in het Post-Scriptum op dien van gisteren en U zult wel begrijpen dat mijn hart mij dringt U dezen te zenden, want ik stel Uw hoogachting zeer op prijs.

Mijn echtgenoot is met niets onbekend gebleven, wat de fantastische legende door „le Rappel" geschapen er ook van zeggen moge. Toen ik besloten was Roomsch-Katholiek te worden, heb ik het hem gezegd, hem tevens belovende nog wat te zullen wachten, en werkelijk ben ik eerst verscheidene maanden later van het voornemen overgegaan tot de daad; hier zijn de twee data: 1 November 1872, 15 Mei 1873'. Mijn echtgenoot is in het hemelsch Jeruzalem, en ik wil hem niets verwijten. Ik kan echter niet nalaten op te merken, dat indien hij minder historicus en meer op de hoogte was geweest van die dingen, die hem boven alles belang hadden moeten inboezemen, hij mij zou hebben aangeraden niet de voormannen van den Roomsch-Katholieken kansel te gaan hooren, maar de eenvoudige priesters, die op naïeve wijze de dingen zeggen, zooals hun die op het seminarie onderwezen zijn....

Dan zou ik nooit gedaan hebben, wat nu gebeurd is. Ik zend U de korte levensbeschrijving, die ik van mijn echtgenoot schreef, toe, en verbeter meteen wat ik daarin gezegd heb van „prelaten, die begrepen