Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben" enz. *); hij zelf was getroffen door wat ik hem had verteld van het onderhoud, dat abbé X met den aartsbisschop van Parijs, met betrekking tot mij had gehad. Men kon zich niets ruimers voorstellen, niets dat getuigde van meer broederlijken, waarlijk Christelijken zin. Hij (Mgr. Guibert) had b.v. gezegd: „De rechtzinnige Protestanten strijden met ons voor de verdediging der groote Christelijke leerstukken; men moet ze dus wèl met onderscheiding behandelen en vooral niets doen, dat een vrouw van haar echtgenoot kan scheiden."

Ongelukkigerwijze heb ik te laat geweten (tien jaren geleden), dat abbé X z ij n eigen woorden in den mond van Mgr. G. gelegd had, en dat die van de Eminentie in quaestie heel anders geweest waren. Dat is een jezuïetische streek gelijk weinige, evenals het antwoord van dien priester die mij dat lachend vertelde, en die bij het zien mijner verontwaardiging en mijn uitroep hoorende: „Ik zal de legende, die ik heb doen ontstaan, te niet maken!" mij heel kalmpjes toevoegde: „Och, waarom? Als hij die dingen al niet gezegd heeft, dan had hij ze toch moeten zeggen."

Wat de „Correspondant" aangaat, schrijf mij,

i) Ziehier het gedeelte waarop Mevr. Peyrat zinspeelt: „Ik behoef noch bier, noch elders te verhalen, hoe ik langzaam aan, stap voor stap, gekomen ben tot den dorpel der Roomsch-Katholieke Kerk, Sinds acht jaren heb ik dien dorpel overschreden; ten koste van welke ontzaglijke droefheid. God weet het! Als men zich al verwondert over het stilzwijgen, dat ik buiten mijn gezin en een klein aantal vrienden heb bewaard, op mijn beurt zal ik mij verwonderen over het feit, dat men niet begrijpt hoezeer hij recht had om ontzien te worden, dien ik slechts heb bedroefd voor zoover een alles overheerschende gewetensplicht mij er noodzakelijk toe dwong, en dat men de liefde miskent van die prelaten, uitmuntende zoowel door vroomheid als door kennis, die mijn gedrag hebben goedgekeurd."

(Napoléon Peyrat, poète, historiën, pasteur, door Mevr. Napoléon Pyrat, Paris, Grassart., Uitgever; 1881 blz. 2a).