Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan moet de Bond zorgen voor een goed weekblad, een militairen almanak, liederenbundels, sprekers, propaganda in de bladen, vertegenwoordiging bij de hooge autoriteiten, controle op de plaatselijke Directeuren en Tehuizen, en alles wat den arbeid tot meerderen bloei kan brengen. Daaronder zou ook m.i. hooren het verschaffen van reclame-artikelen: koppen en schotels met het Bondsmerk er op, eigen merk sigaren, *) enz. enz.

De Bond moet ook zorgen, dat bij manoeuvres en bij een eventueele mobilisatie of oorlog in latere jaren de zaak van den Tehuis-arbeid en van de geestelijke verzorging bij het veldleger en in de stellingen en forten goed geregeld en voorbereid is. Ik zou het bijvoorbeeld noodig achten, dat een paar groote tenten werden aangeschaft, of misschien nog liever eenige kleine, om gebruikt te worden bij manoeuvres. De personen, die met die tenten zouden moeten uittrekken, moeten tevoren benoemd en ten allen tijde opgeroepen kunnen worden. Wat bij mobilisatie of oorlog zou moeten gebeuren, moet grondig worden bestudeerd, vanzelf met gebruikmaking van de gewichtige lessen uit deze mobilisatie. In 1914 waren we geheel onvoorbereid in dit opzicht. En wanneer wij dadelijk in den oorlog betrokken waren geworden, zou ons veldleger bijna alle geestelijke verzorging hebben gemist. En zelfs nu is dat nog niet veel veranderd. Want wel wordt er door de verschillende comité's voor tijdelijke militaire Tehuizen prachtig werk geleverd, en zijn enkele reizende agenten van het Ned. Jongel. Verbond en van het Centraal-Comité altijd door werkzaam onder onze gemobiliseerde troepen, maar al die arbeid is voor het grootste deel alleen geschikt en berekend voor mobilisatietoestanden. Wanneer er oorlog kwam zou er nog iets heel anders noodig zijn. Ieder regiment heeft weliswaar dan een veldprediker bij de tegenwoordige regeling, maar de Bond kan en mag zich daarmee niet tevreden stellen. In de eerste plaats zijn vele van die veldpredikers modern; en van geloovige zijde moet dus in die leemte voorzien worden, opdat onze zonen in die regimenten niet geheel zonder verzorging zijn. Maar ook waar orthodoxe veldpredikers zijn, is er in samenwerking met hen door den Bond nog zeer veel te doen. Ik kan daar nu niet verder op ingaan, maar wijs er met allen nadruk op, dat we die zaken in studie nemen, om gereed te zijn als het noodig is.

Als de Bond dat alles op zich zal willen nemen, is het noodig,

*) Het Tehuis van Den Helder heeft o.a. daar heel veel succes mee.

Sluiten