Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godheid en de drieheid der personen in Haar; de verdorvenheid der menschelijke natuur door de zondeval; de menschwording van de Zoon Gods, Zijn verlossing van de zondige menschheid, Zijn midddelaarswerk en koningschap; de rechtvaardiging des zondaars door 't geloof alleen; het werk des Heiligen Geestes in de bekeering en heiliging des zondaars; de onsterflijkheid der ziel, de wederopstanding des lichaams en het laatste oordeel; de goddelijke instelling van het predikambt en het door God gewilde en blijvende der inzettingen van doop en avondmaal.

Als men dit tweede stuk, waarin men het eens werd, leest, is het niet onmogelijk dat men, eenigermate verwonderd, vraagt, of er nu inderdaad nog wel sprake zijn kon van een niet meer vragen naar belijdenis of geloofsvoorstelling. De negen punten toch zijn duidelijk en veel omvattend; en zij gaan bijna over alles wat de Christelijke dogmatiek bevat. Dit is ook zoo; en indien in onze dagen het tweede punt moest worden geformuleerd, zou het ongetwijfeld wel wat anders uitvallen. Maar men zag het toen zoo; en men zag, wat men had opgesteld, als een minimum. Bovendien, en dat zegt veel ter verklaring, nooit zijn deze punten vermeld, of, van den beginne af, is er de toelichting bij gegeven, dat ze niet moesten beschouwd worden als een noodwendige geloofsbelijdenis in formeelen zin, maar veel meer als een aanwijzing, wie de alliantie wilde en kon omvatten. Niemand echter'zal worden geweerd, die op een bijzonder punt zijn bijzonder gevoelen had. Alles werd, en wordt nog steeds, in de vereeniging gedragen door de bekende leuze: „Éénheid in het noodige, vrijheid in bet twijfelachtige, de liefde in alle dingen."

Het is natuurlijk ook vanzelf sprekend, dat geen der toenmalige opstellers dezer punten, er ook maar aan gedacht heeft, dat elk evangelisch Christen door deze basis volkomen bevredigd zou zijn. Dat is dan trouwens van den aanvang af, ook niet zoo geweest. Strenge Gereformeerden misten misschien wel pijnlijk zelfs, het woord „verkiezing" en strenge Lutherschen een centrale vermelding van de sacramenten. In de Latijnsche tekst, (want de punten waren in het Latijn opgesteld, ook op zich zelf een typeering van de tijd waarin het gebeurde) was niet geheel duidelijk of er, naast de eeuwige zaligheid der rechtvaardigen, ook een eeuwige straf der goddeloozen werd geleerd.*) Broeders die tot een niet kerkelijke

*) Er stond n.1. in het Latijn: „Una cum aeterna iustorum felicitate. turn impiorum poena", waarbij het de vraag kan zijn of het „aeterna" ook bij poena betrokken moet worden.

Sluiten