Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de verschillende opvattingen van de verschillende punten die zij indertijd als haar basis aangaf, want zij had iets beters te doen. De vraag is dus nu gewettigd, waarin dit betere dan bestaat en waarin het zich heeft geopenbaard. Wil men deze vraag beantwoorden, dan moet men beginnen met één ding te zeggen, waarin eigenlijk alles begrepen is en dat is: de Alliantie heeft het als haar taak gevoeld van den aanvang af, de eenheid te demonstreeren der evangelische christenen en dan deze eenheid practisch uit te leven. Het geloofsartikel dat zij vóór alles wil beleven is, we zeiden het reeds, dat van de gemeenschap der heiligen. Op welke wijze dit geschieden kon naar buiten uit, heeft zij ook steeds klaar en duidelijk getoond. Vooreerst door het houden van samenkomsten, waarin broeders van verschillende geloofsbelijdenis, elkaar zouden leeren kennen en met elkaar zouden verkeeren als kinderen van één Vader, als één in Christus Jezus den Heer. Waar ze samen zouden zingen, getuigen en bidden en waar dan ervaren zou worden, in wondervolle gemeenschap: „Daar ben Ik in het midden."

Ten tweede zou deze geloofsgemeenschap worden beleefd in het helpen van, en het opkomen voor, degenen die verdrukt werden. En al is misschien deze vorm van arbeid in ons land niet zoo aan de orde geweest, de toestanden hier in aanmerking genomen, op andere plaatsen heeft de Alliantie, juist in dit opzicht, een wonderbaar werk kunnen verrichten. Verschillende malen zijn in landen, waar geen vrijheid van godsdienst bestond, vervolgde geloovigen, door voorspraak of bemiddeling der Alliantie bevrijd, of is hun lot verzacht. In 1863 reisde een deputatie der Alliantie, waarbij zich ook twee Nederlanders bevonden, naar Spanje en wist de invrijheidstelling te bewerken van Don Manuel Matamoros, een jongeman van aanzienlijke huize, die, als protestant vervolgd, in de gevangenis zuchtte. In 1871 en 72 wist de Alliantie verbetering te bewerken in het lot der Baltische protestanten, vervolgd als ze waren door de Russische regeering. Vervolgde Baptisten in Pruisen, hadden reeds vroeger de zegenrijke gevolgen ondervonden van de tusschenkomst der Alliantie. In Griekenland, in Italië, in Turkije en in Spanje werd het lot van de vervolgden, met hulp der vereeniging, verzacht en meestal werden hun banden geslaakt. Een eerbiedwaardige wonderschoone arbeid is in dit opzicht door de Alliantie verricht.

Doch er is nog een vorm, waarin de Alliantie, van den aanvang af, gemeend heeft haar streven te moeten openbaren en dit was „evangelisatie". Men heeft gevoeld, dat een ver-

Sluiten