Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat Jezus de zijnen gaf, waaraan men „zijne discipelen" zoude onderkennen , Joh. 13 vs. 34, 85. In zulk een liefdebetoon was hij zelf hen voorgegaan, Joh. 15 vs. 12, 13. Te regt zeide daarom Johannes : „ Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat hij zijn leven voor ons gesteld heeft, en wij zijn schuldig het leven voor de broeders te stellen," 1 Joh. 3 vs. 16. Eene schoone schets van die liefde, geeft ons Paulus, 1 Cor. 13 vs. 1—7. Van zelve vloeit hieruit voort, dat wij ons moeten wachten voor alles, wat de eer en den goeden naam, het tijdelijk en geestelijk belang van den naaste, zou kunnen verminderen of verstoren. Hierop hebben talrijke vermaningen betrekking. Petrus zegt: „Zoo legt dan af alle kwaadheid, en alle bedrog, en geveinsdheid, en nijdigheid, en alle achterklappingen," 1 Petr. 2 vs. 1. Jacobus vermaant: „Broeders, spreekt niet kwalijk van elkander," Jac. 4 vs. 11. Paulus] dringt met den meesten ernst er op aan: „Zijt niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben," Bom. 13 vs. 8, 10. De Heer zelf waarschuwt tegen alle liefdeloos oordeel, tegen het opmerken van den splinter in het oog des broeders, met voorbijzien van den balk in ons eigen oog, Matth. 7 vs. 1—5.

Vraagt gij wie onze naasten zijn? Dat vroeg ook een Schriftgeleerde aan Jezus, en hij beantwoordde die vraag, door de voorstelling van de roerende gelijkenis van den barmhartigen Samaritaan, Luk. 10 vs. 29—37. Achtte de Heiden zijne liefde tot den naaste bepaald tot zijne vrienden, de Israëliet tot zijne volksgenooten, de Christen beschouwt alle zijne medemenschen als zijne naasten. God de Vader, heeft allen lief; zouden wij dan onverschillig jegens hen mogen zijn? Jezus liet allen in zijne ontferming deelen; zouden wij hem dan in dezen niet behooren na te volgen? Met allen staan wij daarenboven in naauwe betrekking wegens onze afkomst; zouden wij dat ooit mogen vergeten ?

Maar ofschoon de liefdé van den Christen zich tot alle zijne medemenschen moet uitstrekken, hij staat niet tot allen in gelijke betrekking, en daaruit vloeijen in eiken kring, eigenaardige verpligtingen voort. Daar zijn huiselijke, maatschappelijke, kerkelijke en algemeen menschelijke verpligtingen.

5

Sluiten