Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oneer), die zal zyn een vat tot eer, geheiligd, bekwaam tot gebruik des Meesters, tot alle goed werk toebereid. Maar vlied de begeerlijkheden der jonkheid; en jaag naar rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede met hen, die den Heer aanroepen uit een rein hart." (2 Tim. II : 19—22.) God zegt tot Jeremia, die moedig getuigenis voor Hem aflegde te midden van een zondig en weerspannig volk: „Zoo gy het kosteiyke van het snoode uittrekt, zult gy als mijn mond zyn: laat hen tot u wederkeeren, maar gij zult niet tot hen wederkeeren." (Jer. XV : 19.)

„Maar" — zal een ander zeggen — „moet ik niet biyven by hen, onder wie ik bekeerd geworden ben?" By een weinig nadenken zult gy gemakkelijk inzien, dat dit beginsel niet voor alle Christenen geldig is. Sommigen zyn bekeerd te midden van de diepe duisternis van Rome, zoudt gij dan willen, dat zij daar bleven, en dat, byvoorbeeld, Saulus van Tarsen gebleven was onder de vyanden van Christus te Damaskus?

De een wordt gered op het slagveld; een ander in het midden van den storm, geiyk die jongeling, van wien ik pas gehoord heb, dat hy tot God gebracht werd op het oogenblik, dat hy door de golven werd heen en weer geslingerd, in gevaar van te vergaan in de golf van Biscaye. By al deze gelegenheden was God vrymachtig („de wind blaast, waarhenen hy wil"); Hy kan een ziel bekeeren, het doet er niet toe waar, en door alle mogeïyke middelen. Maar van het oogenblik af, dat een mensch bekeerd wordt, behoort hy zichzelven niet meer toe, en heeft hy geen recht meer, zyn eigen wil te doen. Hy moet dan den wil van een Ander raadplegen, nameiyk van zyn dierbaren Heiland en Zaligmaker en naar Zyn genade en kracht uitzien, die volmaakt voldoende zyn om dien wil te volbrengen.

Iemand kan dienstnemen als soldaat, hetzy in een

Sluiten