Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mystieke unie rust wel op juridische toerekening Gods, maat mag op zichzelven toch nooit veruitwendigd worden. De Wijnstok met de ranken blijft hier het onsterfelijk beeld en het hoofd met het lichaam en de afzonderlijke leden de eeuwige werkelijkheid. En het lichaam volgt het hoofd in alle dingen. Zooals Hij in de wereld was, zoo zijn wij in de wereld, zegt Johannes.

Nog een zwak voorbeeld uit het leven gegrepen. De koningin van Engeland staat tot haar gemaal in tweeerlei relatie. Hij is haar man en hij is haar koning. Wanneer we nu die voorname vrouw konden vragen: welke is de nauwste van die tweeerlei relatie, die er bestaat tusschen u en uw man, dan zou ze zeggen: deze, dat hij mijn man is, want hij kan morgen desnoods door eene revolutie van den troon worden gebonsd en dan is hij toch nog mijn man. En dit niet alleen., want mijn man regeert mij niet als mijn koning met koninklijke macht en naar het strenge recht, maar als mijn hoofd met de zachte hand der liefde. Mijn man staat niet over mij, doch is een met mij. Dit beeld hinkt als alle beelden, maar voor mij is het zeggen, dat Christus de Koning niet alleen der Kerk, maar ook feitelijk regeerend Koning over de Kerk is, een voorbijzien van die teedere relatie, en waar Schrift noch Belijdenis dit immer doen, wie geeft dan aan de Synode het recht om dit van de dienaren des Woords te vergen?

III. In de derde plaats heb ik met die uitdrukking de gedachte willen afweren, dat Christus thans reeds daadzakelijk het koninklijk bewind zou hebben aanvaard, zoodat we nu reeds kunnen zeggen, dat de koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijnen Christus.

Hiertegen heb ik groote en vele bezwaren. Al dadelijk een confessioneel bezwaar. Zie Art. 37 en het laatste deel van Zondag 12 en 48.

Wel stem ik van harte toe, dat Christus het feitelijk Regeerhoofd is en dat Hij als zoodanig zorgt dat de volken dezer wereld en de poorten der hel Zijne kerk niet overweldigen.

Ook stem ik toe dat Christus als Middelaar, rechtens de Koning der koningen en Heer der heeren is. De juristen maken onderscheiding tusschen een Koning de jure en een Koning de facto. Met het eerste bedoelen ze een koning, die rechtens tot koning is aangesteld, maar nog niet feitelijk als koning regeert. Met het laatste bedoelen ze een koning, die feitelijk en daadwerkelijk als vorst heerscht, ongeacht of hij er recht toe heeft of niet. Nu is Christus voorzeker de groote Koning de jure over alle dingen, maar nog niet de facto.

Sluiten