Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaven» voortdurend beoefend in de vergaderingen. Nu, het spreken in talen als een «Teeken» (vgl. Hand. 10:45) is niet de «gave der menigerlei Talen». Het is van groot belang dat in te zien! Er is ook een groot onderscheid tusschen den «Heiligen Geest» en de «gave(n) des Geestes; tusschen den «Gever» die de gaven uitdeelt, en de gaven. Het «Teeken» als een Begin-Bewijs van den Geestes-doop, ontvangen Allen (Hand. 2:4); doch de «gave der meingerlei-talen» is niet voor allen. (1 Cor 12:30) «Sommigen» Het Teeken is het zelfde; de gaven des Geestes verscheiden. Vele schrijvers verwarren immer het «Begeleidend-Teeken» bij het ontvangen van den Heiligen Geest (Hand. 2:4) met de «geestelijke-gave(n)» (Ook zoo bij Dr Torrey, Dolman e.a.). Dikwijls vindt men bij hen «vooroordeel» tegen het uitverkoren-Teeken (de talen); ja, zelfs zóó dat Mr Dolman schrijft in het hier bovengenoemd werkje, bl. 107 «In het spreken in tongen en het profeteeren zie ik groote gevaren» Daarom zijn dezulken aanstonds gereed te zeggen: «Men kan met den Heiligen Geest gedoopt zijn, zonder (dus ook met!?) in vreemde talen te spreken» bl. 32. Dergelijke taal spruit voor uit onkunde. (1 Cor. 14:38). Schrijver hoorde eens iemand zeggen: «Ik zie er het nut niet van». De vraag is niet: wat denkt u of ik er van; maar wat denkt God er van! Hij zag er het nut van in! Zijn wü geschiede! Wij hebben Gods werk te beamen (Rom. 9:20; Mt. 18:3-4; 11:25-26). VI. HEBT GIJ DEN HEILIGEN GEEST ONTVANGEN ALS GIJ GELOOFD HEBT? «En het geschiedde ...dat Paulus, te Efeze kwam; en eenige discipelen aldaar vindende, zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als (of sinds, toen, nadat) gij geloofd hebt? (m. a. w. toen gij tot bekeering kwaamt). En zij zeiden tot hem: «wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is» (Hand. 19:1-7). Gelukkig waren zij voor leering vatbaar en discuteerden niet met Paulus (zie ook Hand. 18:24-26 ; Joh. 3:22-24). Hadden zij een groot gemis; zij toonden ook geloof en gehoorzaamheid. Spoedig waren zij bereid zich te laten herdoopen, nu in den Naam van Jezus. Heerlijk voor hen, dat God Paulus, die meer bezat, tot hen voerde! En Paulus weldra hun gebrek bemerkende, stelde hen deze gewichtige vraag, waaruit blijkt: le dat niet iedere geloovige direct na zijn bekeering (automatisch) den Heiligen Geest ontvangt (8:15-17 e.a). Gebrek aan onderwijs, geloof en gehoorzaamheid kan de oorzaak zijn. Apollos was een welsprekend man^machtig in de Schriften; doch kon deze 12 mannen niet verder brengen dan hij zelf was. Ook hij echter liet zich door eenvoudige, maar mét den Geest vervulde-geloovigen onderwijzen. 2e Deze vraag toont duidelijk dat een iedere geloovige direct «ja» of «neen» kan antwoorden. Daar is dus een duidelijk-momenteel-uiterlijkken-teéken! (zie vers 6). 3e Dat de geloovige den Heiligen Geest moet bezitten wil het goed zijn. Belangende deze verzen gebruikt Mr Dolman telkens het beeld van een moeder, die eerst in een

Sluiten