Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogst noodzakelijk aan de borst gelegd worden, voordat zij het sacrament van het lichaam van Christus genoten hebben."

Bisschop Bossuet verzekert: „De (roomsche) kerk heeft altijd geloofd, en gelooft ook nog, dat de kinderen even bekwaam zijn het Avondmaal als den doop te ontvangen; en zij vindt niet meer beletsel in de woorden van Paulus : „doch de mensch beproeve zich zeiven, en ete alzoo van dit brood" — dan in de woorden des Heeren: Onderwijst en doopt; doch dewijl ze wist, dat het Avondmaal niet volstrekt noodzakelijk was tot hunne zaligheid, nadat zij de vergeving der zonden in den doop ont zangen hadden, geloofde zij bevoegd te zijn om te beslissen, of zij het Avondmaal aan jonge kinderen geven wilde of niet. Zoo is het dan ook geschied, dat zij gedurende de eerste elf of twaalf eeuwen hun uit goede gronden het Avondmaal gaf, en ook sedert dien tijd uit even zoo goede gronden ophield het hun te geven." *)

Het lijdt nochtans geen twijfel, dat de volledige ontwikkeling van de leer der transsubstantiatie de Roomsche Kerk genoodzaakt heeft, den kinderen het Avondmaal te onthouden; want het moest de aandachtige geloovigen in die leer zeer aanstootelijk zijn, als de zuigelingen het in wijn gedoopte brood weer uitspuwden. Om nu dezen aanstoot te vermijden, werd hun eerst het brood onthouden. De priester stak zijnen vinger slechts in den beker en deed hem dan het kind in den mond. f) Toen echter den leeken de kelk ontnomen werd, hadden de kinderen het Avondmaal verloren! In tien eeuwen kwam men niet op het denkbeeld, om dezulken, die het eene sacrament ontvangen hadden, het andere te weigeren ! Dit idee te verzinnen was het verdorvenste tijdvak der Roomsche Kerk voorbehouden, en was een gevolg van de verbastering des Avondmaals. Maar hetgeen God samengevoegd heeft, scheide de mensch niet! Komt den kinderen de doop toe, dan komt hun ook het Avondmaal toe; erkent men echter, dat hun het laatste niet gegeven kan worden naar Gods woord, dan moest men, om consequent te zijn, tevens erkennen dat dezelfde autoriteit insgelijks verbiedt om den doop aan hen te bedienen. Zeker is het, dat beide, kinderdoop en kinderavondmaal, als tweelingen tegelijker tijd en uit dezelfde dwaling geboren zijn (als onontbeerlijk tot de zaligheid) en gedurende meer dan tien eeuwen naast elkander voortbestaan hebben in de Roomsche Kerk, en in de Grieksche Kerk tot nog toe bestaan.

*) Bossuet, Traite de coromunion sous les deux espèces, 1 deel p. 3.

f) Duidt het mij niet ten kwade, als. ik vraag: Of de besprenging van het voorhoofd van een pasgeboren kind met eenige droppels water, meer op den schriftmatigen doop gelijkt, dan dit op het avondmaal? Behooren zij niet beide in één kraam te huis?

Sluiten