Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van stof, dat in '96 besloten werd, dat de eere-leden aan de Bestuurstafel mogen zitten en voor rekening der kas de Algem. Verg. bezoeken, dat in '96 voor 't eerst dé vragenlijsten werden verzonden, dat in '98 twee secretariaten werden ingesteld, dat in 1902 de gemeenschappelijke maaltijd zóó in den smaak viel, dat men besloot op denzelfden voet voort te gaan, als de kosten niet te hoog waren, dat in 1906 de Algem. verg. te Alphen nog zeer huiverig was om dames als onderwijzeressen toe te laten, dat ds. Tazelaar in 1918 „De film en het Zondagsschoolwerk" ter sprake bracht, dat Rotterdam een radio-avond uitzond en zooveel meer.

Ik zou U kunnen wijzen op de trouwe toewijding voor en hartelijke belangstelling in den arbeid van „Jachin", zoo lange jaren door onzen hooggeschatten Voorzitter, onzen ijverigen penningm. onzen actieven uitgever betoond, doch reeds te lang vroeg ik Uw aandacht.

Maar toch mag ik niet eindigen zonder gewezen te hebben op den stoffelijken steun in den vorm van subsidie of Kerstgave aan zoo talrijke behoeftige Zondagsscholen verleend, maar vooral op den zedelijken en geestelijken steun, die geboden werd door Rooster, Toelichting, Handboek, Orgaan, Boekbeoordeeling, Referaat, Advies op vraagpunten, niet het minst door de bezieling, die er steeds van onze goedbezochte jaarvergaderingen uitging.

En de vruchten van onzen arbeid? We hebben ze mogen aanschouwen, de eeuwigheid zal ze ten volle openbaren. Op verschillende plaatsen gaf de Zondagsschool den stoot tot de stichting van een Chr. School, of baande ze den weg tot institueering eener Geref. Kerk.

Hoevelen hebben reeds getuigd, dat zij door het Zondagsschoolonderwijs hun Heiland en Zaligmaker hebben mogen vinden!

Doch op de vrucht mogen we niet zien. „Willig in het gebod en blind in de uitkomst" zij en blijve onze leuze.

Moge de Heere Bestuur en leden, inzonderheid het personeel onzer Zondagsscholen blijven bestralen met Zijn licht, gunst en genade om tegenover het voortwoekerend ongeloof de banier van Zijn Woord hoog te verheffen, ze te planten, waar men den eenigen weg ter zaligheid nog niet kent, opdat ook in de komende jaren mede door onzen altijd gebrekkigen arbeid den Heere, lof, prijs en aanbidding uit veler ikinidermond worde toegebracht.

IK HEB GEZEGD.

Sluiten